|
24e
Nederlandse Maltezer Bedevaart naar Lourdes
2003


Lourdes 2003, impressies
van twee bedevaartgangers.
Verslag wordt gedaan door de
pelgrims:
Lourdes
Door Emma Patijn
Terug in Nederland na 6 dagen
Lourdes is er zo ontzettend veel om over na te denken. Zoveel ervaringen,
indrukken en emoties en je hebt zo ontzettend veel geleerd.
Ondanks alle verhalen van mensen
die al eerder meegingen is het toch moeilijk je voor te stellen waar je aan
begint als je voor het eerst aankomt in Tilburg en nog wat onwennig kennismaakt
met gasten en medepelgrims. Een kennismaking die zich uitstrekt tot de eindeloze
treinreis richting Pyreneeën. Een hele uitdaging om zo je reis te beginnen,
schommelend met rolstoelen richting wc’s! Toch ook heel gezellig, mede dankzij
kaas en wijn!
Dan toch eindelijk op
zaterdagochtend vroeg de aankomst in Lourdes, nog steeds niet wetend wat je te
wachten staat! Je eigen (studenten-)leven lijkt opeens niet meer te bestaan,
wanneer je wordt opgenomen in een wereld van missen, voitures, baden, accueil,
equipes, flikkermadonna’s, Tena-Lady’s, kaarsen en Ave Maria’s.
Lourdes overkomt je, je geeft je
over aan alles wat hier gebeurt en voelt meteen de energie van al die duizenden
mensen die vol hoop naar deze plek trekken op zoek naar troost, inspiratie en
misschien wel genezing. Voor mij, met een niet-katholieke achtergrond, een soms
vreemde maar indrukwekkende ervaring. Vanaf het eerste moment voel je je één met
Lourdes en met de andere aanwezige (Maltezer) pelgrims die zich van over de hele
wereld hier verzamelen. Alleen al het feit dat velen hier in hetzelfde uniform
rondlopen geeft je eens te meer het gevoel daadwerkelijk deel uit te maken van
alles wat zich in Lourdes afspeelt en van de eeuwenoude Orde die hier zo’n
belangrijke taak vervult.
Wat mij in het bijzonder is
bijgebleven is de speciale band die je al zo snel opbouwt met alle aanwezigen.
Het is alsof je een fase overslaat in het kennismaken omdat je meteen op een
heel intensieve en persoonlijke manier met elkaar omgaat en elkaars ervaringen
en emoties deelt. Je ziet mensen opbloeien in Lourdes en leert zo vreselijk veel
van al deze gasten en pelgrims. (Vaak ook ’s avonds tijdens gesprekken, met een
biertje!
Wat ook indruk maakt zijn de soms
ontzettend tragische verhalen die je van een aantal mensen te horen krijgt, het
baden en het gevoel dat dit achterlaat bij de betrokkenen en het massale van de
organisatie in Lourdes, zoals een mis met 25.000 aanwezigen en een
lichtprocessie met duizenden kaarsen. Het Ave Maria zingen van een geestelijk
gehandicapt meisje in de Grot, Terwijl de kerkklokken haar op het hele uur
antwoordden, maar ook het commerciële, al die winkels waar de meest
afschuwelijke souvenirs (made in China!) ingeslagen worden, die toch trouw
gezegend worden door monseigneur Bär, dit alles maakt deel uit van wat Lourdes
deze paar dagen voor mij betekend heeft.
Er is nog zoveel meer dat niet te
beschrijven valt. De reis naar Lourdes is voor mij persoonlijk een
ontdekkingsreis geweest naar mijzelf, naar het (katholieke) geloof, naar de
omgang met anderen, naar deze bijzondere stad en naar de troost en hoop die
velen hier vinden.
Deze dagen hebben mij veel stof
tot nadenken gegeven. Het is mooi dat het geloof, in welke vorm dan ook beleefd,
zovelen een kader, inspiratie, moed en steun biedt in het leven.
Pelgrimage naar Lourdes
Door Casper Staal
Met bijna honderd verzamelden we
ons in de abdij Koningshoeve om de bedevaart naar Lourdes te gaan maken. Ik ga
voor het eerst mee. Alles is onwennig en tegelijk herkenbaar. Ik ervaar namelijk
ook een sfeer die ik ken van jongeren die op zomerkamp gaan. Hier evenwel zitten
de hoofdrolspelers in een rolstoel of ze lopen niet meer als kieviten.
Zes dagen later zijn we bij
dezelfde trappisten terug. Weer hangt er een geheel eigen sfeer maar nu een
totaal andere. Van voorzichtig aftasten van elkaar, behoedzaam of soms wat
brutaal kennis maken is geen sprake meer. Nu gaat een grote familie uit elkaar
in de hoop elkaar spoedig weer terug te zien, en sommigen zouden eigenlijk niet
eens meer weg willen. “Laat ons hier drie tenten bouwen”zei Petrus.
In die vijf tussenliggende dagen
is er heel veer gebeurd. Uitersten ontmoetten elkaar. Intimiteit en massaliteit
wisselden elkaar op een wonderlijke wijze af. Het waren dagen waarin plaats was
voor zeer uiteenlopende dingen. Ik zie voor me de intieme eucharistieviering in
het accueil waarmee de bedevaart opende. Onder elkaar met zang en gebed, hoopvol
en tegelijk wat sceptisch soms. De inleidingen die daaraan vooraf gingen waarbij
de voorlichting over de baden iets spannends had.
Eenzelfde intimiteit had de
slotviering op dinsdagmiddag. Weliswaar begon een hovenier met groot geraas het
gras te maaien en drong een groep Zwitserse pelgrims zich steeds dichter op
vanwege een boekingsfout van het bedevaartbureau. Maar er waren er onder ons die
dat niet hebben gemerkt. Het sacrament van de zieken met de handoplegging en de
zalving met de heilige olie waren indrukwekkende momenten die een stilte in het
binnenste veroorzaakten. Het fiere Wilhelmus aan het einde van de
eucharistieviering zette het rood-wit-blauw in de top. Daarnaast was er de
massaliteit van de bedevaart. De Pius X kerk, die op een parkeergarage met
eucharistieaccommodatie leek, werd als hij zich had gevuld met duizenden
pelgrims, een feesttent van Onze Lieve Heer. Het gebouw is, zo hoorde ik, een
omgekeerde ark van Noach. Zoals de ark kan deze kerk als het ware de gehele
schepping bevatten. Grote wolken wierook uit brede schalen kringelden omhoog
tijdens de sacramentsprocessie die we er zagen binnenkomen. De wierook, die
stond voor alle gebeden die omhoog gezonden werden. Ineens bleek het Latijn, dat
eigenlijk niemands spreektaal is, een verbindende schakel tussen de strofen van
de liederen die in de diverse talen gezongen werden. De uitstelling van het
sacrament was feestelijk.
Ook de pontificale
eucharistieviering van de zondagmorgen droeg sterk dat karakter van allen samen.
Vier groepen vertegenwoordigers van werelddelen legden hun symbolen op de
trappen van het altaar. Er werd weer gezongen en hoewel de samenstelling van de
duizendkoppige menigte geheel anders was, deed het me ook denken aan het
paasfeest dat ik ruim vijfentwintig jaar geleden in drie circustenten in Taizé
mocht vieren. In dat door jongeren massaal bezochte protestantse klooster in
Bourgondië was ook zo’n grote menigte bijeen die verzameld was uit alle
windstreken. En met het woordje “wind” ben ik dan bij de Heilige Geest die we
over onszelf afbaden.
De Italiaanse preek waarvan ik
nauwelijks een letter begreep, was een oefening van geduld. Terwijl ik op de
stang van een van onze blauwe wagentjes zat, fladderden mijn gedachten de Pius X
kerk uit. Ik voelde me een kip op haar stok en dacht aan de vogelpest in het
vaderland, Ik weet alleen zeker dat de predikant het daarover niet had.
Het bezoek en het herhaalde
bezoek aan de heiligdommen bracht me op plaatsen waarover ik vaak gelezen en
gehoord had maar die ik nu zelf zag: de simpele grot waarin Maria aan Bernadette
verscheen, de wat donkere crypte, de basiliek met zijn brede armen die mij aan
de colonnade van de Sint Pieter in Rome deden denken, de Rozenkranskerk met zijn
mozaïeken, de bronnen waar de ganse dag water werd getapt, de offerplaats voor
de dikke, de dunne en de lange kaarsen, dat alles langs de snel stromende Gave.
Indrukwekkend was de lichtprocessie die startte in de schemering. Ze eindigde in
de donkerte van de avond maar het was een feest van licht. Al die kaarsjes die
op de Esplanade de hoogt in gingen op het Ave, Ave, Ave Maria, alsof het een
wave in een voetbalstadion was. Op zondagmiddag zagen we de sacramentsprocessie
voorbij trekken.
Een aantal van ons maakte gebruik
van de baden. Samen met een van onze gasten in een rolstoel ging ik er op
maandagochtend heen. Al wachtend onder het afdak klonk uit een of andere
luidspreker het evangelieverhaal van de genezing die Jezus verrichtte aan de
rand van het bad van Metsaïda te Jeruzalem (Johannes 5: 1-8). Waarom zou ik ook
niet een bad nemen? Zo gebeurde het. In onze onderbroeken zaten we tegenover
elkaar, hij op een stoeltje met grote zeilen, ik op een gewoon geval. Nadat ik
met hem gebeden had, torsten vijf sterke Fransen hem het water in. Terwijl hij
weer gekleed werd, ging ik met een donkerblauwe lendendoek om, die als een
smalle kokerrok zat, te water. Zonder gebruik van een handdoek, waardoor het
wonderwater aan de huis bleef kleven, ging ik weer in de kleren. Het bad was zo
snel gegaan dat pas bij het terugdraaien van de film alles tot me doordrong. Ik
vond het een ervaring die ik niet had willen missen.
Het waren enerverende
dagen die vol waren van nieuwe ervaringen, contacten en leuke gesprekken met de
gasten en met mijn medepelgrims. Ik heb daarbij evenveel genoten van de
spirituele spijs en drank als van de meer aardse genoegens van deze Lourdesreis.
Ik teken voor een tweede keer.
|