|
Sint-Catharinakathedraal
 |
|
Gevel Sint Catharinakathedraal |
De Sint-Catharinakathedraal, beter bekend als de Catharijnekerk, is
een kerk in de Nederlandse stad Utrecht, die in gebruik is als de
kathedraal van het aartsbisdom Utrecht. In 1468 begonnen de
karmelieten hier met de bouw van een klooster, maar nog voordat de
gebouwen voltooid waren moesten zij in 1529 plaats maken voor de
johannieters. Deze kloosterlingen waren tot dan toe gevestigd
geweest op het Vredenburg, maar moesten daar vertrekken omdat op die
plaats een dwangburcht (kasteel Vredenburg) gebouwd werd op last van
Karel V.
De johannieters voltooiden het kloostercomplex. De kloostergebouwen
zelf zijn grotendeels bewaard gebleven en herbergen tegenwoordig het
Museum Catharijneconvent; de kloosterkerk, gewijd aan
beschermheilige Catharina van Alexandrië, kwam in 1560 gereed. Het
is een grote kruiskerk in gotische stijl, die meer specifiek invloed
vertoont van de Brabantse gotiek met zijn ronde zuilen en
koolbladkapitelen. Het was de laatste middeleeuwse kerk die in
Utrecht tot stand kwam. Bij de Hervorming in 1580, nog maar twintig
jaar na de voltooiing, werd zij buiten gebruik gesteld en voor
wereldlijke doeleinden ingericht, tot zij vanaf 1636 door de
protestanten werd gebruikt. In de Catharijnekerk zijn in de jaren
daarna verschillende bekende Utrechters begraven, zoals de streng
calvinistische theoloog Gisbertus Voetius en de schilders Abraham
Bloemaert en Gerard van Honthorst. Na de invoering van de
godsdienstvrijheid in 1795 gingen de katholieken in Utrecht op zoek
naar kerkruimten. Als enige van de Middeleeuwse kerken in Utrecht
werd de Catharijnekerk in 1815 teruggegeven aan de katholieken,
eerst als garnizoenskerk, vanaf 1842 als parochiekerk, waarna zij,
bij het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie, in 1853 tot
kathedraal verheven werd. Het gebouw werd vervolgens van 1859 tot
1901 door het atelier van Friedrich Wilhelm Mengelberg in
neogotische stijl versierd, en in 1900 werd het schip door architect
Alfred Tepe met één travee naar het westen toe verlengd. De nieuwe
westpartij, waarvan de gevel een vrij getrouwe kopie van de oude
was, kreeg een 53 meter hoge toren die geïnspireerd is op die van
het stadhuis in Kampen.
Bij een restauratie van 1955 tot 1965 werden de meeste neogotische
elementen weer verwijderd en werd het interieur grotendeels
teruggebracht naar de situatie in 1636 die is vastgelegd op
tekeningen van Pieter Jansz Saenredam. De waardering voor de
neogotiek is sindsdien echter gegroeid. In 2003 bleek het mogelijk
om de veertien kruiswegstaties van Mengelberg uit 1898 in de kerk te
herplaatsen. Hoewel het interieur in de zestiger jaren van de 20e
eeuw is ontdaan van een aantal neogotische inventarisstukken, zijn
de fraaiste stukken gelukkig bewaard gebleven. Vermeldenswaardig
zijn vooral de sedilia (1867), de bisschopstroon (1868) en het
prachtige oxaal (1871, thans aan de westzijde van de kerk); deze
meubelen zijn vervaardigd door F.W. Mengelberg. In 1984, 1996 en
2005 werden de kalkstenen neogotische beelden van de heilige
Catharina, Johannes de Doper en Barbara van kunstenaar F.W.
Mengelberg, nadat zij vele jaren uit de kerk waren verbannen,
herplaatst in de kerk. Behalve deze drie grote gepolychromeerde
beelden, kan de kathedraal nog bogen op twaalf fraaie neogotische
kalkstenen beelden in het priesterkoor, die omstreeks 1897 door F.W.
Mengelberg zijn vervaardigd.
In totaal telt deze kerk maar liefst vijftien levensgrote kalkstenen
beelden, hetgeen voor een Nederlandse kerk uitzonderlijk mag worden
genoemd. Het gestuct zinken 19e-eeuwse beeld van Willibrord is
afkomstig uit de in 1970 gesloopte Sint-Willibrorduskerk buiten de
Veste te Amsterdam en sinds 2005 in de kerk opgesteld boven de
ingang van de Vredeskapel. Omstreeks 1880-1881 werden onder andere
door glazenier H. Geuer voor het noordertransept het Mariavenster en
voor het zuidertransept het Eucharistievenster vervaardigd. Het
bijzondere westvenster dateert uit het begin van de 20e eeuw en
toont o.a. het Paradijs en het Laatste Oordeel. In 1965-1966
vervaardigde het atelier Geutjens te Venlo de drie prachtige
koorramen naar ontwerp van Joep Nicolas te Roermond. Het noordelijk
venster bestaat uit twee delen: onderaan de voorstelling van de
heilige Catharina van Alexandrië met het rad, daarboven taferelen
uit het leven van Mozes; het middenvenster bestaat uit drie delen:
onderaan de voorstelling van de monnik Willibrord, daarboven de
genezing van een maanzieke jongeling en geheel bovenaan Christus op
de berg Tabor; het zuidelijk venster bestaat uit twee delen:
onderaan de voorsteling van Sint-Maarten met de bedelaar, daarboven
taferelen uit het leven van de profeet Elia.
 |
|
Mariabeeld met zeven zandstenen medaillons |
De Mariamedaillons en het beeld van Maria van Kevelaer in de
Mariakapel zijn afkomstig uit het voormalig Maria-altaar van de
19e-eeuwse Maria Tenhemelopnemingkerk (gesloopt in 1972) aan de
Biltstraat in Utrecht. Zij zijn vervaardigd door het atelier van F.W.
Mengelberg. In 1992 kreeg het Mariabeeld een plaats in de nis van
het zuidertransept naast de ingang van het Catharijneconvent, waarna
in 1995 de bijbehorende medaillons werden geplaatst. Bij de
inrichting van de nieuwe Mariakapel in 2002 (voormalige doopkapel)
verhuisde het gehele ensemble van het zuidertransept naar deze
kapel. Het beeld en de medaillons werden naar het voorbeeld van het
oude, verloren gegane Maria-altaar in de Biltstraatkerk, herplaatst.
Deze Mariakapel werd op 27 oktober 2002 ingewijd. De
Willibrordschrijn onder het altaar uit 1939; een belangrijk werk van
de twee edelsmeden, de gebroeders Jan Eloy en Leo Brom te Utrecht.
Deze schrijn wordt sinds 2002 in de jaarlijkse Willibrordprocessie
meegedragen.
De nieuwe sacramentstoren. Een bijzonder kunstwerk siert sinds 7 maart 2004 het
priesterkoor, nl. een nieuwe sacramentstoren in de vormentaal van de late
gotiek. Het werk is geïnspireerd op de gotische dodenlantaarn uit 1483 van de
Maria Magdalenakerk in Sonsbeck (nabij Xanten, Duitsland). Aangezien Nederland
niet rijk gezegend meer is met gotische sacramentstorens, alleen Meerssen
(Sacramentsbasiliek) en Utrecht (Agnietenkapel Centraal Museum, restanten
afkomstig uit de Petruskerk in Woerden), is dit exemplaar een waardevolle
aanvulling op dit voor Nederland wel schrale bestand. Het grote orgel boven de
hoofdingang werd gebouwd in 1903 door de Utrechtse orgelbouwer Maarschalkerweerd
& Zoon.
|