|
Vindplaatsen van
Johannes de Doper in de Bijbel
De invloed van de bijbel in de Nederlandse cultuur is groot. Als
we speciaal naar Johannes de Doper kijken, de patroonheilige van de SMH Orde van
Malta, zien we dat vele kunstenaars inspiratie hebben kunnen opdoen uit de
verschillende passages uit de bijbel waar Johannes de Doper wordt beschreven.
Deze kunstuitingen kunt u bewonderen naast de bijbelpassages van Johannes de
Doper die hierna zijn opgenomen.
Marcus 1 (1-15)
 |
|
Leonardo
da Vinci, Marcus 1, vers 7-8 |
Het begin van
het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Het
staat geschreven bij de profeet Jesaja:
'Let op, ik zend
mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.
Luid
klinkt een stem in de woestijn:
"Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!"'
Dit
gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich
te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te
verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich
door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes
droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van
sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: 'Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben
zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los
te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met
de heilige Geest.'
In die
tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door
Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij
de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk
een stem uit de hemel: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.'
Meteen
daarna dreef de Geest hem de woestijn in. Veertig dagen bleef hij in de
woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden
van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.
Nadat
Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede
nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: 'De tijd is aangebroken, het koninkrijk
van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.'
Marcus 6 (14-29)
De dood
van Johannes
 |
Rechterpaneel van Johannesaltaar met de onthoofding van Johannes de Doper
Rogier van der Weyden |
Koning Herodes hoorde van hem, want zijn naam was
overal bekend geworden. Sommigen zeiden: 'Johannes de Doper is opgewekt uit de
dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' Maar anderen
zeiden: ' Het is Elia,' en weer anderen zeiden: 'Hij is een profeet zoals die er
vroeger waren.' Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: 'Het is
Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.' Want Herodes had
Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten
opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij
getrouwd was. Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: 'U mag niet
trouwen met de vrouw van uw broer.' Sindsdien had Herodias het op hem
gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe,
want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig
en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En
hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd
had, bleef hij hem toch graag horen. Op een keer deed zich echter een gunstige
gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn
hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea.
De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen,
wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: 'Vraag me wat
je maar wilt, en ik zal het je geven.' En hij bezwoer haar: 'Wat je ook
vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van
mijn koninkrijk!' Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?'
Haar moeder zei: 'Het hoofd van Johannes de Doper.' Haastig ging ze weer
naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: 'Ik wil dat u me nu
meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.' Deze vraag
bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het
bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. Hij stuurde iemand van zijn garde
weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis
en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan
het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. Toen zijn
leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.
Mattheus 3 (1-17)
Optreden van Johannes de Doper
 |
De doop van Christus
Pieter Fransz. De Grebber
Gemonogrammeerd en gedateerd, links: P.DG./AN 1625 |
In die
tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 'Kom
tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!' Dit was de man over wie
de profeet Jesaja sprak toen hij zei: 'Luid klinkt een stem in de woestijn:
"Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden."'
Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde
zich met sprinkhanen en wilde honing. Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit
de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe,
en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden
beleden.
Toen
hij zag dat veel Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen
hen: 'Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het
komende oordeel? Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig
zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader.
Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!
De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht
draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Ik doop jullie met water ten
teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik;
ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal
jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;
hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in
de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.'
Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te
worden. Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: 'Ik
zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?' Jezus
antwoordde: 'Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier
Gods gerechtigheid vervullen.' Toen stemde Johannes ermee in. Zodra
Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en
zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de
hemel klonk een stem: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.'
Mattheus 11 (2-18)
Jezus
en Johannes
 |
|
(Nog)
onbekende kunstenaar
In het
onderschrift van dit prentje staat: 'Hic est filius dilectus': Dit is mijn
beminde zoon. |
Toen
Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias
hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe met de vraag: 'Bent
u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?' Jezus
antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien:
blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden
gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt
het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot
neemt.'
Toen ze
weer vertrokken, begon Jezus met de mensen over Johannes te spreken: 'Waar zijn
jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de
wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk
gekleed ging? Welnee,
wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen.
Maar wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en
zelfs meer dan een profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: " Let
op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen."
Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit
iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk
van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van
Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en
proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen. Want de
profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes.
En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou. Laat wie oren
heeft goed luisteren!
Waarmee
zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op
het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
"Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen."
Want
toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: "Hij is door een demon
bezeten." Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt
men: "Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van
tollenaars en zondaars." En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het
gelijk gesteld.'
Mattheus 14 (1-12)
De dood
van Johannes
 |
Johannes-Retabel
Hans Memling |
Memling
maakte dit altaarstuk voor het Sint-Janshospitaal, het was een van de oudste
grote gasthuizen van zieken, mensen in nood en passanten in Brugge. Lange tijd
werd het retabel het Mystiek huwelijk van de heilige Catharina genoemd vanwege
het symbolische gebaar van Jezus die de huwelijksring over de vinger van de
heilige Catharina schuift, maar het is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en de
patroonheiligen van de instelling Johannes de Doper en Johannes de Evangelist.
Het middenpaneel stelt een hemelse 'Sacra Conversazione' voor, een samenkomst
van heiligen rond de Madonna. Op het linkerluik de Onthoofding van Johannes de
Doperop het rechterluik Johannes de Evangelist op Patmos.
In die tijd hoorde
ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen, en hij zei tegen zijn hovelingen: 'Dat moet
Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij
over zulke wonderbaarlijke krachten.' Herodes had Johannes destijds laten
arresteren en in de boeien laten slaan en hem in de gevangenis geworpen vanwege
Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Johannes had namelijk tegen hem
gezegd: 'U mag haar niet tot vrouw nemen.' En hoewel hij hem wilde doden, deed
hij dat niet uit vrees voor het volk, dat hem voor een profeet hield.
Toen Herodes een
feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te
midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. Daarom zei hij
dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een
eed. Door haar moeder daartoe aangezet zei ze: 'Breng me dan op een schaal het
hoofd van Johannes de Doper.' Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in
het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het
haar zou brengen, en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis
te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje
gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk
halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen.
Lucas 1 (5-25)
Aankondiging van de geboorte van Johannes
 |
|
linkerpaneel van Johannesaltaar met de geboorte en naamgeving van Johannes de Doper
Rogier van der Weyden |
Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die
Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich
strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden. Ze hadden geen
kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.
Toen de
afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te
vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias
door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de
Heer. De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het
offer werd gebracht. Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan
de rechterkant van het reukofferaltaar stond. Zacharias schrok hevig bij het
zien van de engel en hij werd door angst overvallen. Maar de engel zei tegen
hem: 'Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je
een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je
ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal
groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet
drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de
schoot van zijn moeder is, en hij zal velen uit
het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit
gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen
en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk
gereedmaken voor de Heer.'
Zacharias vroeg aan de engel: 'Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers
een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.' De engel antwoordde: 'Ik ben
Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede
nieuws te brengen. Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de
voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen
spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.'
De
menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af
waarom hij zo lang in het heiligdom bleef. Maar toen hij naar buiten kwam,
kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen
had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. Toen zijn
tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.
Korte
tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in
afzondering en zei bij zichzelf: De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij
heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.
Lucas 1 (57-80)
De
geboorte van Johannes
 |
|
Geboorte en naamgeving van Johannes de Doper
Barent Fabritius
Gesigneerd en onduidelijk gedateerd |
Toen de dag van
haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld. Haar
buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze
verheugden zich samen met haar. Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden,
en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader. Maar zijn moeder zei:
'Nee, Johannes zal hij heten!' Ze zeiden tegen haar: 'Er is niemand in je
familie die zo heet.' Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind
wilde noemen. Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: 'Johannes is
zijn naam.' Iedereen was verbaasd. En meteen werd de
verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken
en loofde God. Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het
bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken. Ieder die het hoorde
bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het verder gaan met dit kind?
Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.
Zijn vader
Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie:
'Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.
Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar,
zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten:
bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.
Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert hij zich zijn heilig verbond:
de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij, ontkomen aan onze vijanden,
hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht,
altijd levend in zijn nabijheid.
En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste,
want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken,
en om zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.'
Het kind groeide op
en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag
aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël.
Lucas 3 (1-22)
Optreden van Johannes
 |
|
Prediking
van Johannes de Doper
Gerrit Pietersz. Sweelinck
Gemonogrammeerd en gedateerd rechtsonder: GP f.1606 |
In het
vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea
bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn
broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over
Abilene, en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de
woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias. Daar ging
Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten
laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te
verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet
Jesaja:
'Luid klinkt een stem in de woestijn:
"Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!
Iedere kloof zal worden gedicht,
elke berg en heuvel geslecht,
kromme wegen recht gemaakt,
hobbelige wegen geëffend;
en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt."'
Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten
dopen: 'Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het
komende oordeel? Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en
zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie:
God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken! Ja, de bijl ligt
al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt
omgehakt en in het vuur geworpen.'
De
mensen vroegen hem: 'Wat moeten
we dan doen?' Hij antwoordde: 'Wie twee stel
onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie
eten heeft moet hetzelfde doen.' Er kwamen ook tollenaars om zich te laten
dopen, en die vroegen hem: 'Meester, wat moeten wij doen?' Hij zei tegen
hen: 'Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.' Ook soldaten kwamen
hem vragen: 'En wij, wat moeten wij doen?' Tegen hen zei hij:
'Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met
je soldij.'
Het
volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de
messias
was, maar Johannes zei tegen hen: 'Ik doop jullie met water, maar er komt
iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn
sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur; hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te
reinigen, het graan zal hij bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in
onblusbaar vuur verbranden.'
Op deze en andere wijze spoorde hij de mensen aan en
verkondigde hij hun het goede nieuws. Maar de tetrarch Herodes, die
door Johannes was terechtgewezen in verband met Herodias, de vrouw van zijn
broer, en vanwege al zijn andere wandaden, voegde
aan alle slechte dingen die hij had gedaan nog toe dat hij Johannes opsloot in
de gevangenis.
Heel
het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden
was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een
duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: 'Jij bent mijn geliefde
Zoon, in jou vind ik vreugde.'
Lucas 7 (18-35)
Jezus
en Johannes
 |
Johannes
predikt in de woestijn
Nicolaes Moeyaert
Gesigneerd: Cl. Moeyaert fc. 1631 |
Johannes kreeg van
zijn leerlingen bericht over al deze gebeurtenissen. Hij riep twee van zijn
leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze moesten vragen:
'Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?' Toen de
mannen bij hem gekomen waren, zeiden ze: 'Johannes de Doper heeft ons naar u
gezonden om u te vragen: "Bent u degene die komen zou of moeten we een ander
verwachten?"'
Hij genas toen juist veel mensen van ziekten en allerlei aandoeningen en van
boze geesten en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug. Hij antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord
hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat
worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen
wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen
aanstoot neemt.'
Toen de afgezanten
van Johannes vertrokken waren, zei hij tegen de menigte over Johannes het
volgende: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van
het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens
die zich in fraaie gewaden hulde? Welnee, want wie voorname kleding
draagt en in weelde leeft, woont in een paleis. Wat zijn jullie dan wel
gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een
profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: " Let op, ik zend mijn bode
voor je uit, hij zal een weg voor je banen." Ik zeg jullie: van allen die
geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het
koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.'
Alle mensen die dit
hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en zijn gerechtigheid: zij
hadden zich immers door Johannes laten dopen. Maar de Farizeeën en wetgeleerden
verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.
'Waarmee zal ik dan
de mensen van deze generatie vergelijken, waarop lijken ze? Ze lijken op
kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:
"Toen we voor
jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren."
Want Johannes de
Doper is gekomen, hij eet geen brood en drinkt geen wijn, en jullie zeggen: "Hij
is door een demon bezeten." De Mensenzoon is gekomen, hij eet en drinkt
wel, en jullie zeggen: "Kijk, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend
van tollenaars en zondaars." En toch is de Wijsheid door al haar kinderen
in het gelijk gesteld.'
Lucas 9 (7-9)
Herodes,
de tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat
sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, terwijl anderen
beweerden dat Elia was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten
was opgestaan. Herodes zei: 'Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene
over wie ik dergelijke dingen hoor?' Hij zocht naar een gelegenheid om
hem te ontmoeten.
Johannes de Evangelist 1 (6-13)
|