WWW ORDE VAN MALTA

 Geschiedenis  

Vindplaatsen van Johannes de Doper in de Bijbel

De invloed van de bijbel in de Nederlandse cultuur is groot. Als we speciaal naar Johannes de Doper kijken, de patroonheilige van de SMH Orde van Malta, zien we dat vele kunstenaars inspiratie hebben kunnen opdoen uit de verschillende passages uit de bijbel waar Johannes de Doper wordt beschreven. Deze kunstuitingen kunt u bewonderen naast de bijbelpassages van Johannes de Doper die hierna zijn opgenomen.

 

 

 

Marcus 1 (1-15)

Leonardo da Vinci, Marcus 1, vers 7-8

Het begin van het evangelie van Jezus Christus, Zoon van God. Het staat geschreven bij de profeet Jesaja:

'Let op, ik zend mijn bode voor je uit,
hij zal een weg voor je banen.

Luid klinkt een stem in de woestijn:
"Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!"'

Dit gebeurde toen Johannes de Doper naar de woestijn ging en de mensen opriep zich te laten dopen en tot inkeer te komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen. Alle inwoners van Judea en Jeruzalem stroomden toe en lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden. Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij leefde van sprinkhanen en wilde honing. Hij verkondigde: 'Na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om me voor hem te bukken en de riem van zijn sandalen los te maken. Ik heb jullie gedoopt met water, maar hij zal jullie dopen met de heilige Geest.'

In die tijd kwam Jezus vanuit Nazaret, dat in Galilea ligt, naar de Jordaan om zich door Johannes te laten dopen. Op het moment dat hij uit het water omhoogkwam, zag hij de hemel openscheuren en de Geest als een duif op zich neerdalen, en er klonk een stem uit de hemel: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.'

Meteen daarna dreef de Geest hem de woestijn in.  Veertig dagen bleef hij in de woestijn, waar hij door Satan op de proef werd gesteld. Hij leefde er te midden van de wilde dieren, en engelen zorgden voor hem.

Nadat Johannes gevangen was genomen, ging Jezus naar Galilea, waar hij Gods goede nieuws verkondigde. Dit was wat hij zei: 'De tijd is aangebroken, het koninkrijk van God is nabij: kom tot inkeer en hecht geloof aan dit goede nieuws.'


 

 

 

Marcus 6 (14-29)

De dood van Johannes

Rechterpaneel van Johannesaltaar met de onthoofding van Johannes de Doper
Rogier van der Weyden

Koning Herodes hoorde van hem, want zijn naam was overal bekend geworden. Sommigen zeiden: 'Johannes de Doper is opgewekt uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.' Maar anderen zeiden: ' Het is Elia,' en weer anderen zeiden: 'Hij is een profeet zoals die er vroeger waren.'  Toen Herodes dit allemaal hoorde, zei hij: 'Het is Johannes, die ik heb onthoofd, die weer is opgestaan.'  Want Herodes had Johannes gevangen laten nemen en hem, aan handen en voeten geketend, laten opsluiten vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus, met wie hij getrouwd was.  Johannes had namelijk tegen Herodes gezegd: 'U mag niet trouwen met de vrouw van uw broer.'  Sindsdien had Herodias het op hem gemunt en wilde ze hem uit de weg ruimen, maar ze kreeg er de kans niet toe,  want Herodes had ontzag voor Johannes, omdat hij wist dat hij een rechtvaardig en heilig man was, en hij nam hem in bescherming. En hoewel hij altijd in grote onzekerheid verkeerde als hij naar hem geluisterd had, bleef hij hem toch graag horen. Op een keer deed zich echter een gunstige gelegenheid voor, toen Herodes op zijn verjaardag een feestmaal gaf voor zijn hovelingen en de hoge militairen en de voornaamste inwoners van Galilea.  De dochter van Herodias kwam binnen om voor Herodes en zijn gasten te dansen, wat bij hen erg in de smaak viel. De koning zei tegen het meisje: 'Vraag me wat je maar wilt, en ik zal het je geven.'  En hij bezwoer haar: 'Wat je ook vraagt, ik zal het je geven, al was het de helft van mijn koninkrijk!'  Ze ging naar haar moeder en vroeg: 'Wat zal ik vragen?' Haar moeder zei: 'Het hoofd van Johannes de Doper.'  Haastig ging ze weer naar binnen, stapte recht op de koning af en zei tegen hem: 'Ik wil dat u me nu meteen op een schaal het hoofd van Johannes de Doper geeft.'  Deze vraag bedroefde de koning zeer, maar hij wilde het haar niet weigeren omdat hij in het bijzijn van zijn gasten een eed had gezworen. Hij stuurde iemand van zijn garde weg met het bevel hem het hoofd te brengen. De soldaat ging naar de gevangenis en onthoofdde Johannes. Hij bracht het hoofd binnen op een schaal en gaf het aan het meisje, en zij gaf het aan haar moeder. Toen zijn leerlingen hiervan hoorden, gingen ze zijn lijk halen en legden het in een graf.


 

 

 

Mattheus 3 (1-17)

Optreden van Johannes de Doper

De doop van Christus
Pieter Fransz. De Grebber
Gemonogrammeerd en gedateerd, links: P.DG./AN 1625

In die tijd trad Johannes de Doper op in de woestijn van Judea. Hij verkondigde: 'Kom tot inkeer, want het koninkrijk van de hemel is nabij!' Dit was de man over wie de profeet Jesaja sprak toen hij zei: 'Luid klinkt een stem in de woestijn: "Maak de weg van de Heer gereed, maak recht zijn paden."' Johannes droeg een ruwe mantel van kameelhaar met een leren gordel; hij voedde zich met sprinkhanen en wilde honing.  Uit Jeruzalem, uit heel Judea en uit de omgeving van de Jordaan stroomden de mensen toe,  en ze lieten zich door hem dopen in de rivier de Jordaan, terwijl ze hun zonden beleden.

Toen hij zag dat veel Farizeeën en Sadduceeën op zijn doop afkwamen, zei hij tegen hen: 'Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?  Breng liever vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en denk niet dat je bij jezelf kunt zeggen: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!  De bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vrucht draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen. Ik doop jullie met water ten teken van jullie nieuwe leven, maar na mij komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om zijn sandalen voor hem te dragen. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;  hij houdt de wan in zijn hand, hij zal zijn dorsvloer reinigen en zijn graan in de schuur bijeenbrengen, maar het kaf zal hij verbranden in onblusbaar vuur.' Toen kwam Jezus vanuit Galilea naar de Jordaan om door Johannes gedoopt te worden.  Maar Johannes probeerde hem tegen te houden met de woorden: 'Ik zou door u gedoopt moeten worden, en dan komt u naar mij?'  Jezus antwoordde: 'Laat het nu maar gebeuren, want het is goed dat we op deze manier Gods gerechtigheid vervullen.' Toen stemde Johannes ermee in. Zodra Jezus gedoopt was en uit het water omhoogkwam, opende de hemel zich voor hem en zag hij hoe de Geest van God als een duif op hem neerdaalde. En uit de hemel klonk een stem: 'Dit is mijn geliefde Zoon, in hem vind ik vreugde.'


 

 

 

 

 

Mattheus 11 (2-18)

Jezus en Johannes

(Nog) onbekende kunstenaar
In het onderschrift van dit prentje staat: 'Hic est filius dilectus': Dit is mijn beminde zoon.

Toen Johannes in de gevangenis over het optreden van de messias hoorde, stuurde hij enkele van zijn leerlingen naar hem toe met de vraag: 'Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?'  Jezus antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie horen en zien:  blinden kunnen weer zien en verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt en aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.'

Toen ze weer vertrokken, begon Jezus met de mensen over Johannes te spreken: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die rijk gekleed ging? Welnee, wie rijk gekleed is, verkeert in koninklijke kringen.  Maar wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet.  Hij is degene over wie geschreven staat: " Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen."  Ik verzeker jullie: er is onder allen die uit een vrouw geboren zijn nooit iemand opgetreden die groter was dan Johannes de Doper; maar in het koninkrijk van de hemel is de kleinste nog groter dan hij. Sinds de dagen van Johannes de Doper wordt het koninkrijk van de hemel door geweld bedreigd en proberen sommigen er zelfs met geweld beslag op te leggen.  Want de profetieën van alle profeten en van de wet reiken tot de dagen van Johannes.  En voor wie het wil aannemen: hij is Elia die komen zou.  Laat wie oren heeft goed luisteren!

Waarmee zal ik de mensen van deze generatie vergelijken? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:


"Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet rouwen."

Want toen Johannes kwam, en niet at en dronk, zei men: "Hij is door een demon bezeten."  Nu is de Mensenzoon gekomen, hij eet en drinkt wel, en nu zegt men: "Kijk toch eens, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars." En toch is de Wijsheid door heel haar optreden in het gelijk gesteld.'


 

 

 

Mattheus 14 (1-12)

 

De dood van Johannes

Johannes-Retabel
Hans Memling

Memling maakte dit altaarstuk voor het Sint-Janshospitaal, het was een van de oudste grote gasthuizen van zieken, mensen in nood en passanten in Brugge. Lange tijd werd het retabel het Mystiek huwelijk van de heilige Catharina genoemd vanwege het symbolische gebaar van Jezus die de huwelijksring over de vinger van de heilige Catharina schuift, maar het is toegewijd aan Onze-Lieve-Vrouw en de patroonheiligen van de instelling Johannes de Doper en Johannes de Evangelist. Het middenpaneel stelt een hemelse 'Sacra Conversazione' voor, een samenkomst van heiligen rond de Madonna. Op het linkerluik de Onthoofding van Johannes de Doperop het rechterluik Johannes de Evangelist op Patmos.

In die tijd hoorde ook Herodes, de tetrarch, over Jezus vertellen,  en hij zei tegen zijn hovelingen: 'Dat moet Johannes de Doper zijn; hij is opgestaan uit de dood en daardoor beschikt hij over zulke wonderbaarlijke krachten.'  Herodes had Johannes destijds laten arresteren en in de boeien laten slaan en hem in de gevangenis geworpen vanwege Herodias, de vrouw van zijn broer Filippus. Johannes had namelijk tegen hem gezegd: 'U mag haar niet tot vrouw nemen.' En hoewel hij hem wilde doden, deed hij dat niet uit vrees voor het volk, dat hem voor een profeet hield.

Toen Herodes een feest gaf ter gelegenheid van zijn verjaardag, danste de dochter van Herodias te midden van de aanwezigen, en dat viel bij Herodes in de smaak. Daarom zei hij dat ze zou krijgen wat ze maar zou vragen, en hij bezegelde die belofte met een eed. Door haar moeder daartoe aangezet zei ze: 'Breng me dan op een schaal het hoofd van Johannes de Doper.' Deze vraag bedroefde de koning, maar omdat hij in het bijzijn van zijn tafelgasten een eed gezworen had, beval hij dat men het haar zou brengen,  en hij gaf opdracht Johannes in de gevangenis te onthoofden. Het hoofd werd op een schaal binnengebracht en aan het meisje gegeven, en zij bracht het naar haar moeder. Zijn leerlingen kwamen het lijk halen, begroeven het en gingen daarna naar Jezus om het hem te vertellen.


 

 

 

Lucas 1 (5-25)

Aankondiging van de geboorte van Johannes

linkerpaneel van Johannesaltaar met de geboorte en naamgeving van Johannes de Doper
Rogier van der Weyden

Toen Herodes koning van Judea was, leefde er een priester die Zacharias heette en tot de priesterafdeling Abia behoorde. Zijn vrouw, Elisabet, stamde af van Aäron. Beiden waren vrome en gelovige mensen, die zich strikt aan alle geboden en wetten van de Heer hielden.  Ze hadden geen kinderen, want Elisabet was onvruchtbaar, en beiden waren al op leeftijd.

Toen de afdeling van Zacharias eens aan de beurt was om de priesterdienst te vervullen, werd er volgens het gebruik van de priesters geloot en werd Zacharias door het lot aangewezen om het reukoffer op te dragen in het heiligdom van de Heer.  De samengestroomde menigte bleef buiten staan bidden terwijl het offer werd gebracht.  Opeens verscheen hem een engel van de Heer, die aan de rechterkant van het reukofferaltaar stond. Zacharias schrok hevig bij het zien van de engel en hij werd door angst overvallen. Maar de engel zei tegen hem: 'Wees niet bang, Zacharias, je gebed is verhoord: je vrouw Elisabet zal je een zoon baren, en je moet hem Johannes noemen. Vreugde en blijdschap zullen je ten deel vallen, en velen zullen zich over zijn geboorte verheugen. Hij zal groot zijn in de ogen van de Heer, en wijn en andere gegiste drank zal hij niet drinken. Hij zal vervuld worden met de heilige Geest terwijl hij nog in de schoot van zijn moeder is,  en hij zal velen uit het volk van Israël tot de Heer, hun God, brengen. Als bode zal hij voor God uit gaan met de geest en de kracht van Elia om ouders met hun kinderen te verzoenen en om zondaars tot rechtvaardigheid te brengen, en zo zal hij het volk gereedmaken voor de Heer.'

Zacharias vroeg aan de engel: 'Hoe kan ik weten of dat waar is? Ik ben immers een oude man en ook mijn vrouw is al op leeftijd.'  De engel antwoordde: 'Ik ben Gabriël, die altijd in Gods nabijheid is, en ik ben uitgezonden om je dit goede nieuws te brengen.  Maar omdat je geen geloof hebt gehecht aan mijn woorden, die op de voorbestemde tijd in vervulling zullen gaan, zul je stom zijn en niet kunnen spreken tot de dag waarop dit alles gaat gebeuren.'

De menigte stond buiten op Zacharias te wachten, en de mensen vroegen zich af waarom hij zo lang in het heiligdom bleef.  Maar toen hij naar buiten kwam, kon hij niets tegen hen zeggen. Ze begrepen dat hij in het heiligdom een visioen had gezien; hij maakte gebaren tegen hen, maar spreken kon hij niet. Toen zijn tempeldienst voorbij was, ging hij terug naar huis.

Korte tijd later werd zijn vrouw Elisabet zwanger. Ze leefde vijf maanden lang in afzondering en zei bij zichzelf:  De Heer heeft zich mijn lot aangetrokken. Hij heeft dit voor mij gedaan opdat de mensen me niet langer verachten.


 

 

 

Lucas 1 (57-80)

De geboorte van Johannes

Geboorte en naamgeving van Johannes de Doper
Barent Fabritius
Gesigneerd en onduidelijk gedateerd

Toen de dag van haar bevalling was aangebroken, bracht Elisabet een zoon ter wereld.  Haar buren en verwanten hoorden hoe barmhartig de Heer voor haar was geweest, en ze verheugden zich samen met haar. Op de achtste dag kwamen ze het kind besnijden, en ze wilden het Zacharias noemen, naar zijn vader.  Maar zijn moeder zei: 'Nee, Johannes zal hij heten!'  Ze zeiden tegen haar: 'Er is niemand in je familie die zo heet.' Ze beduidden zijn vader te laten weten hoe hij het kind wilde noemen.  Hij vroeg om een schrijftablet en schreef erop: 'Johannes is zijn naam.' Iedereen was verbaasd. En meteen werd de verlamming van zijn mond en zijn tong ongedaan gemaakt, en hij begon te spreken en loofde God. Alle omwonenden waren diep onder de indruk, en in heel het bergland van Judea werden deze gebeurtenissen besproken. Ieder die het hoorde bleef erover nadenken, en vroeg zich af: Hoe zal het verder gaan met dit kind? Want de machtige hand van de Heer beschermde hem.

Zijn vader Zacharias werd vervuld met de heilige Geest en sprak deze profetie:


'Geprezen zij de Heer, de God van Israël,
hij heeft zich om zijn volk bekommerd en het verlost.
Een reddende kracht heeft hij voor ons opgewekt
uit het huis van David, zijn dienaar,
zoals hij van oudsher heeft beloofd bij monde van zijn heilige profeten:
bevrijd zouden we worden van onze vijanden,
gered uit de greep van allen die ons haten.
Zo toont hij zich barmhartig jegens onze voorouders
en herinnert hij zich zijn heilig verbond:
de eed die hij gezworen had aan Abraham, onze vader,
dat wij, ontkomen aan onze vijanden,
hem zonder angst zouden dienen, toegewijd en oprecht,
altijd levend in zijn nabijheid.
En jij, kind, jij zult genoemd worden: profeet van de Allerhoogste,
want voor de Heer zul je uit gaan om de weg voor hem gereed te maken,
en om zijn volk bekend te maken met hun redding
door de vergeving van hun zonden.
Dankzij de liefdevolle barmhartigheid van onze God
zal het stralende licht uit de hemel over ons opgaan
en verschijnen aan allen die leven in duisternis
en verkeren in de schaduw van de dood,
zodat we onze voeten kunnen zetten op de weg van de vrede.'

Het kind groeide op en werd gesterkt door de Geest. Johannes leefde in de woestijn tot de dag aanbrak waarop hij zich kenbaar maakte aan het volk van Israël.


 

 

 

Lucas 3 (1-22)

Optreden van Johannes

Prediking van Johannes de Doper
Gerrit Pietersz. Sweelinck
Gemonogrammeerd en gedateerd rechtsonder: GP f.1606

In het vijftiende jaar van de regering van keizer Tiberius, toen Pontius Pilatus Judea bestuurde, en Herodes tetrarch was over Galilea, zijn broer Filippus over het gebied van Iturea en Trachonitis, en Lysanias over Abilene, en toen Annas en Kajafas hogepriester waren, richtte God zich in de woestijn tot Johannes, de zoon van Zacharias. Daar ging Johannes in de omgeving van de Jordaan verkondigen dat de mensen zich moesten laten dopen en tot inkeer moesten komen, om zo vergeving van zonden te verkrijgen, zoals geschreven staat in het boek met de uitspraken van de profeet Jesaja:


'Luid klinkt een stem in de woestijn:
"Maak de weg van de Heer gereed,
maak recht zijn paden!
Iedere kloof zal worden gedicht,
elke berg en heuvel geslecht,
kromme wegen recht gemaakt,
hobbelige wegen geëffend;
en al wat leeft zal zien hoe God redding brengt."'

Johannes zei tegen de mensen die massaal uitliepen om zich door hem te laten dopen: 'Addergebroed, wie heeft jullie wijsgemaakt dat je veilig bent voor het komende oordeel?  Breng vruchten voort die een nieuw leven waardig zijn, en zeg niet meteen bij jezelf: Wij hebben Abraham als vader. Want ik zeg jullie: God kan uit deze stenen kinderen van Abraham verwekken!  Ja, de bijl ligt al aan de wortel van de boom: iedere boom die geen goede vruchten draagt, wordt omgehakt en in het vuur geworpen.'

De mensen vroegen hem: 'Wat moeten we dan doen?'  Hij antwoordde: 'Wie twee stel onderkleren heeft, moet delen met wie er geen heeft, en wie eten heeft moet hetzelfde doen.'  Er kwamen ook tollenaars om zich te laten dopen, en die vroegen hem: 'Meester, wat moeten wij doen?'  Hij zei tegen hen: 'Vorder niet meer dan wat jullie is opgedragen.'  Ook soldaten kwamen hem vragen: 'En wij, wat moeten wij doen?' Tegen hen zei hij: 'Jullie mogen niemand afpersen en je ook niet laten omkopen, neem genoegen met je soldij.'

Het volk was vol verwachting, en allen vroegen zich af of Johannes misschien de messias was,  maar Johannes zei tegen hen: 'Ik doop jullie met water, maar er komt iemand die meer vermag dan ik; ik ben zelfs niet goed genoeg om de riem van zijn sandalen los te maken. Hij zal jullie dopen met de heilige Geest en met vuur;  hij houdt de wan in zijn hand om de dorsvloer te reinigen, het graan zal hij bijeenbrengen in zijn schuur en het kaf in onblusbaar vuur verbranden.'

Op deze en andere wijze spoorde hij de mensen aan en verkondigde hij hun het goede nieuws. Maar de tetrarch Herodes, die door Johannes was terechtgewezen in verband met Herodias, de vrouw van zijn broer, en vanwege al zijn andere wandaden,  voegde aan alle slechte dingen die hij had gedaan nog toe dat hij Johannes opsloot in de gevangenis.

Heel het volk liet zich dopen, en toen ook Jezus was gedoopt en hij aan het bidden was, werd de hemel geopend en daalde de heilige Geest in de gedaante van een duif op hem neer, en er klonk een stem uit de hemel: 'Jij bent mijn geliefde Zoon, in jou vind ik vreugde.'


 

 

 

Lucas 7 (18-35)

Jezus en Johannes

Johannes predikt in de woestijn
Nicolaes Moeyaert
Gesigneerd: Cl. Moeyaert fc. 1631

Johannes kreeg van zijn leerlingen bericht over al deze gebeurtenissen. Hij riep twee van zijn leerlingen bij zich en stuurde hen naar de Heer, aan wie ze moesten vragen: 'Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?'  Toen de mannen bij hem gekomen waren, zeiden ze: 'Johannes de Doper heeft ons naar u gezonden om u te vragen: "Bent u degene die komen zou of moeten we een ander verwachten?"' Hij genas toen juist veel mensen van ziekten en allerlei aandoeningen en van boze geesten en hij gaf tal van blinden het gezichtsvermogen terug. Hij antwoordde: 'Zeg tegen Johannes wat jullie gezien en gehoord hebben: blinden kunnen weer zien, verlamden weer lopen, mensen met huidvraat worden gereinigd en doven kunnen weer horen, doden worden opgewekt, aan armen wordt het goede nieuws bekendgemaakt. Gelukkig is degene die aan mij geen aanstoot neemt.'

Toen de afgezanten van Johannes vertrokken waren, zei hij tegen de menigte over Johannes het volgende: 'Waar zijn jullie in de woestijn naar gaan kijken? Naar het wuiven van het riet in de wind? Wat zijn jullie dan gaan zien? Een mens die zich in fraaie gewaden hulde? Welnee, want wie voorname kleding draagt en in weelde leeft, woont in een paleis.  Wat zijn jullie dan wel gaan zien? Een profeet? Jazeker, zeg ik jullie, en zelfs meer dan een profeet. Hij is degene over wie geschreven staat: " Let op, ik zend mijn bode voor je uit, hij zal een weg voor je banen." Ik zeg jullie: van allen die geboren zijn uit een vrouw is niemand groter dan Johannes, maar in het koninkrijk van God is de kleinste nog groter dan hij.'

Alle mensen die dit hoorden, ook de tollenaars, brachten hulde aan God en zijn gerechtigheid: zij hadden zich immers door Johannes laten dopen. Maar de Farizeeën en wetgeleerden verwierpen het plan van God: zij hadden zich immers niet door hem laten dopen.

'Waarmee zal ik dan de mensen van deze generatie vergelijken, waarop lijken ze? Ze lijken op kinderen die op het marktplein zitten en elkaar toeroepen:

"Toen we voor jullie op de fluit speelden, wilden jullie niet dansen,
toen we een klaaglied zongen, wilden jullie niet treuren."

Want Johannes de Doper is gekomen, hij eet geen brood en drinkt geen wijn, en jullie zeggen: "Hij is door een demon bezeten."  De Mensenzoon is gekomen, hij eet en drinkt wel, en jullie zeggen: "Kijk, wat een veelvraat, wat een dronkaard, die vriend van tollenaars en zondaars."  En toch is de Wijsheid door al haar kinderen in het gelijk gesteld.'


 

 

 

Lucas 9 (7-9)

Herodes, de tetrarch, hoorde wat er allemaal gebeurde en raakte in grote verwarring omdat sommigen zeiden dat Johannes uit de dood was opgestaan, terwijl anderen beweerden dat Elia was verschenen, en weer anderen dat een van de oude profeten was opgestaan. Herodes zei: 'Johannes heb ik laten onthoofden; wie is dan degene over wie ik dergelijke dingen hoor?' Hij zocht naar een gelegenheid om hem te ontmoeten.


 

 

 

Johannes de Evangelist 1 (6-13)

Pieter Bruegel de Oudere
gesigneerd rechtsonder: BRVEGEL M.D. LXVI
zie ook:
Pieter Brueghel - Johannes de Doper

Er kwam iemand die door God was gezonden; hij heette Johannes. Hij kwam als getuige, om van het licht te getuigen, opdat iedereen door hem zou geloven. Hij was niet zelf het licht, maar hij was er om te getuigen van het licht: het ware licht, dat ieder mens verlicht en naar de wereld kwam. Het Woord was in de wereld, de wereld is door hem ontstaan en toch kende de wereld hem niet. Hij kwam naar wat van hem was, maar wie van hem waren hebben hem niet ontvangen. Wie hem wel ontvingen en in zijn naam geloven, heeft hij het voorrecht gegeven om kinderen van God te worden. Zij zijn niet op natuurlijke wijze geboren, niet uit lichamelijk verlangen of uit de wil van een man, maar uit God.


 

 

 

 

 

 

Johannes de Evangelist 1 (19-42)

Getuigenissen

 

Johannes de Doper kondigt de naderende komst van de Messias aan. 'Het doopsel der bekeerlingen', fresco van Jacopo en Lorenzo Salimbeni uit 'de geschiedenis van de Doper' (begin 15e eeuws). Urbino, oratorium van de heilige Johannes de Doper

Dit is het getuigenis van Johannes. De Joden hadden vanuit Jeruzalem priesters en Levieten naar hem toe gestuurd om hem te vragen: ‘Wie bent u?’Hij gaf zonder aarzelen antwoord en verklaarde ronduit: ‘Ik ben niet de messias.’ Toen vroegen ze hem: ‘Wie dan? Bent u Elia?’ Hij zei: ‘Die ben ik ook niet.’ ‘Bent u de profeet?’ ‘Nee,’ antwoordde hij. ‘Maar wie bent u dan?’ vroegen ze hem. ‘Wij moeten antwoord kunnen geven aan degenen die ons gestuurd hebben – wie zegt u zelf dat u bent?’ Hij zei: ‘Ik ben de stem die roept in de woestijn: “Maak recht de weg van de Heer,” zoals de profeet Jesaja gezegd heeft.’ De afgevaardigden die uit de kring van de Farizeeën kwamen, vroegen verder: ‘Waarom doopt u dan, als u niet de messias bent, en ook niet Elia of de profeet?’ ‘Ik doop met water,’ antwoordde Johannes. ‘Maar in uw midden is iemand die u niet kent, hij die na mij komt – ik ben het niet eens waard om de riemen van zijn sandalen los te maken.’ Dit gebeurde in Betanië, aan de overkant van de Jordaan, waar Johannes doopte.


De volgende dag zag hij Jezus naar zich toe komen, en hij zei: ‘Daar is het lam van God, dat de zonde van de wereld wegneemt. Hij is het over wie ik zei: “Na mij komt iemand die meer is dan ik, want hij was er vóór mij.” Ook ik wist niet wie hij was, maar ik kwam met water dopen opdat hij aan Israël geopenbaard zou worden.’ En Johannes getuigde: ‘Ik heb de Geest als een duif uit de hemel zien neerdalen, en hij bleef op hem rusten. Nog wist ik niet wie hij was, maar hij die mij gezonden heeft om met water te dopen, zei tegen mij: “Wanneer je ziet dat de Geest op iemand neerdaalt en blijft rusten, dan is dat degene die doopt met de heilige Geest.” En dat heb ik gezien, en ik getuig dat hij de Zoon van God is.’

De volgende dag stond Johannes er weer met twee van zijn leerlingen. Toen hij Jezus voorbij zag komen, zei hij: ‘Daar is het lam van God.’ De twee leerlingen hoorden wat hij zei en gingen met Jezus mee. Jezus draaide zich om, en toen hij zag dat ze hem volgden, zei hij: ‘Wat zoeken jullie?’ ‘Rabbi,’ zeiden zij tegen hem (dat is in onze taal ‘meester’), ‘waar logeert u?’ Hij zei: ‘Kom maar mee, dan zul je het zien.’ Ze gingen met hem mee en zagen waar hij onderdak had gevonden; het was ongeveer twee uur voor zonsondergang en ze bleven die dag bij hem.

Een van de twee die gehoord hadden wat Johannes zei en Jezus gevolgd waren, was Andreas, de broer van Simon Petrus. Vlak daarna kwam hij zijn broer Simon tegen, en hij zei tegen hem: ‘Wij hebben de messias gevonden’ (dat is Christus, ‘gezalfde’), en hij nam hem mee naar Jezus. Jezus keek hem aan en zei: ‘Jij bent Simon, de zoon van Johannes, maar voortaan zul je Kefas heten’ (dat is Petrus, ‘rots’).


 

 

 

Johannes de Evangelist 3 (22-30)

Getuigenis van Johannes de Doper

De doop in de Jordaan
Ludolf van Saksen
Foliant 65 recto De voorstelling stamt uit 'Dat boeck vanden leven ons lief heeren Ihesu Christi' gedrukt door Claes Leeu in 1488 in Antwerpen. De houtsnedes in dit exemplaar zijn met de hand ingekleurd.
zie ook:
Ludolf van Saksen

Daarna ging Jezus met zijn leerlingen naar Judea. Daar bleef hij enige tijd en hij doopte er.

Johannes doopte toen ook, in Enon, dicht bij Salim, een waterrijk gebied. Daar kwamen de mensen naartoe om zich te laten dopen. Johannes was immers nog niet gevangengezet. Er ontstond een discussie tussen de leerlingen van Johannes en een Jood over het reinigingsritueel. Ze gingen naar Johannes en zeiden tegen hem: ‘Rabbi, de man die bij u aan de overkant van de Jordaan was, over wie u een getuigenis afgelegd hebt, is aan het dopen en iedereen gaat naar hem toe!’ Johannes antwoordde: ‘Een mens kan alleen ontvangen wat hem door de hemel gegeven wordt. Jullie kunnen van mij getuigen dat ik gezegd heb: “Ik ben de messias niet, maar ik ben voor hem uit gezonden.” De bruidegom krijgt de bruid; de vriend van de bruidegom staat te luisteren en is blij dat hij de stem van de bruidegom hoort. Dat vervult mij met grote vreugde. Hij moet groter worden en ik kleiner.


 

 

 

 

 

 

 

 

Johannes de Evangelist 19 (40-42)

De doop van Jezus in de Jordaan
Jan van Scorel

Hij ging terug naar de overkant van de Jordaan, naar de plaats waar Johannes eerder gedoopt had. Daar bleef hij. Veel mensen kwamen naar hem toe; ze zeiden: ‘Johannes heeft weliswaar geen wonderteken gedaan, maar alles wat hij over deze man gezegd heeft is waar.’ En velen kwamen daar tot geloof in hem.

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 

 Relatie met Rusland

Korte geschiedenis van de Orde
De madonna van Philermo

The Pilgrim's Routes

 

 
 

© Copyright Orde van Malta,  Associatie Nederland