|
Malta, 1530-1789
Hoewel hij geen
grondgebied meer bestuurde en 7 jaren door Italië zwierf, bleef de Grootmeester
als souverein erkend door de Europese staten. Op 23 maart 1530 cedeerde keizer
Karel V, die ook koning van Sicilië was, Malta c.a. (en Tripoli op de Afrikaanse
kust dat in 1551 in Turkse handen viel) aan de Orde als onafhankelijke leen:
jaarlijks op 1 november moest de Orde een valk leveren aan de onderkoning van
Sicilië, doch ook onder deze nieuwe omstandigheden bleef de souvereiniteit van
de Orde erkend. Wel was de verdediging van de christenheid tegen de Turken naar
het westen opgeschoven tot halverwege de Middellandse Zee en de veroveraar van
Rhodos aarzelde dan ook niet de Orde opnieuw aan te vallen. Nadat hij Tripoli
had genomen, sloeg hij in 1565 het beleg voor Malta.
 |
| Fort
San' Angelo |
Grootmeester Jean
Parisot de la Valette en de zijnen konden niet verhinderen dat een groot
gedeelte, waaronder het fort San' Elmo, verloren ging, doch fort San' Angelo
hield stand en werd na een beleg van vier maanden op het nippertje ontzet door
een hulpexpeditie uit Sicilië. Na deze overwinning begon de Grootmeester aan de
bouw van een nieuwe vesting tegenover het fort San' Angelo: Valetta, de huidige
hoofdstad van Malta.
De in 1517 begonnen
reformatie had inmiddels voor de Orde negatieve gevolgen gehad: zij verloor haar
organisaties en bezittingen in Scandinavië in 1530 en in Engeland in 1538. Door
toedoen van Hendrik VIII ging in 1545 de Balije Brandenburg onder Herrenmeister
Joachim von Arnim over tot de hervorming. Hier is o.m. uit voortgekomen de
huidige Johannieter Orde in Nederland die werd opgericht in 1909 door prins
Hendrik, gemaal van koningin Wilhelmina.
Ook in de 16e, 17e en
18e eeuw bleef de Orde trouw aan haar oorspronkelijke doelstellingen: de
verzorging van zieken en behoeftigen en de verdediging van het geloof als
militaire taak; zo streed zij mee in de zeeslag bij Lepanto, waar de Turkse
vloot door Spanje en Venetië werd verslagen in 1571. Sinds 1630 hebben alle
Grootmeesters, hoewel geen priester, binnen de kerkelijke hiërarchie de rang van
kardinaal.
Op Malta werd met
bekwame spoed een groot ziekenhuis gesticht met 15 ziekenzalen en daar werd een
school aan verbonden voor anatomie, chirurgie en algemene geneeskunde, die een
grote internationale faam verkreeg. Grootmeester Manuel Pinto da Fonseca
(1741-1773) maakte deze school een onderdeel van de universiteit die hij in 1769
op Malta stichtte.
 |
|
De binnenplaats van het paleis van
grootmeester Fra' Jean Parisot de la Valette op Malta |
Na de Franse revolutie
van 1789 bepaalde de Nationale Conventie op 22 september 1792 de confiscatie van
alle goederen van de Orde in Frankrijk, zodat Malta bijna geen inkomsten meer
ontving. Naarstig zocht Grootmeester Emmanuel de Rohan Polduc (1775-1797) naar
andere bronnen en beschermers. Op 15 januari 1797 sloot hij een verdrag met
Tsaar Paul I van Rusland, waarbij het Poolse Prioraat dat als gevolg van de
Poolse deling binnen Rusland was komen te liggen, werd omgevormd tot het
Katholieke Grootprioraat van Rusland. Op 7 augustus benoemde de nieuwe
Grootmeester Ferdinand Von Hompesch de Tsaar tot Beschermheer van de Orde. Op 7
juni 1789 verscheen Napoleon, op weg naar Egypte, met een eskader voor Malta dat
zich na 5 dagen overgaf; op 18 juni vertrok Von Hompesch met 99 ridders naar
Triëst.
Exterritoriaal
|
|
|
|
|