|
Het
Maltezerhuis
Maltezerhuis,
Nieuwegracht 14
3512 LR Utrecht Locatie in
Google Maps
De kanselarij van de Orde van Malta is sinds 1918
gevestigd in het Maltezerhuis.
In het Maltezerhuis zijn de volgende ruimten aanwezig:
- de Kapittelkamer,
- de Ridderzaal,
- de Tuinkamer (kantoor, archief/ bibliotheek),
- de werfkelders en
- de tuinkapel van St. Jan de Doper.
Deze ruimten zijn te
huur voor huwelijken, recepties, diners en lezingen. Voor meer informatie
kijk
hier.
 |
|
Het Maltezerhuis, de kanselarij van de Orde van Malta,
Nieuwegracht 14, 3512 LR te Utrecht. Foto is gemaakt in 1920, net na de
verbouwing en ingebruikneming. |
Verwerving huis
Na
de oprichting zocht men naar een huis die men vond aan de Nieuwegracht
nummer 14 te Utrecht. Het is een huis met verschillende bouwlagen,
uitgevoerd met een lijstgevel en het heeft een zadeldak. Een 18de-eeuwse
trap leidt naar de bel-étage met aan de grachtzijde een te realiseren
Kapittelkamer en aan de achterzijde een te realiseren Ridderzaal die
uitzicht geeft op de tuin. Het tuinhuis zou de St Janskapel kunnen worden.
In het bovenhuis zijn verschillende kamers te vinden. Er is een grote kelder
aanwezig. Te oordelen naar de bouwtrant is het op zijn vroegst gebouwd in de
17e eeuw. In de archieven van de stad staat niets over de bewoning tot 1829.
Uit een document van 7 maart 1829 blijkt dat Willem van Haasting en zijn
vrouw Petronella de Wit het eigendom van het huis verkrijgen. Zij verkopen
het blijkens de koopakte van 20 januari 1865 aan Pierre Emile Henri
Schlusser en zijn vrouw Elisabeth Nicolette Dhomal, die het volgens koopakte
van 20 october 1865 verkocht aan Prof. dr. mr. Barthold Jacob van Lintelo
baron de Geer van Jutphaas die het in 1897 betrok. Diens vrouw was jonkvrouw
Cornelia Anna Alexandrina Louise van Asch van Wijck, dochter van de
burgemeester van Utrecht. Hij was hoogleraar Romeins Recht, tijdelijk ook
hoogleraar Hebreeuwse, Arabische en Oosterse Letteren. Hij overleed op 4
augustus 1903. Het huis is op 23 april 1904 verkocht aan Joh. Wagenaar,
directeur van de Muziekschool tevens organist van de Domkerk, en aan zijn
broer W. Wagenaar, arts. Op 2 juli 1912 werd het huis voor Fl. 21.000,--
gekocht door de gymnastiekleraar Jacob Willem Oudegeest, zich noemende
‘leraar in de aesthetische gymnastiek’. Op 31 mei 1919 werd het pand ten
overstaan van notaris H.A. Beets te Utrecht voor F. 35.000,-- verkocht aan
de toen zogenoemde ‘Nederlandse Balije der Souvereine Orde van Malta’, met
de volgende omschrijving: ‘Een huis met erf, grond en tuin, tuinhuis, met
ingang naar de Heerenstraat en kelders uitkomende aan het water te Utrecht,
aan de Oostzijde van de Nieuwegracht nummer 14, kadaster gemeente Utrecht
sectie B nummer 3527, groot vier aren vijftig centiaren’. De architect
Eduard Cuypers verbouwde het pand tot het ‘Maltezerhuis’ maakte de
Ridderzaal, kapittelzaal en richtte het tuinhuis in tot kapel. Op 24 juni
1920, feest van de geboorte van St Jan de Doper, heeft de Erekapelaan van de
Orde bij de Afdeling Mgr. F. Evers, Kolonel-Hoofdaalmoezenier bij het
Nederlandse leger, het huis en de St Janskapel plechtig ingewijd; vervolgens
heeft hij de Eucharistie in deze kapel gecelebreerd. Vandaag de dag is de
inrichting grotendeels bewaard gebleven. We gaan een aantal ruimten
aanschouwen.
Het entree en de vestibule
 |
|
2008 |
Aan de gevel is te vinden een vlaggenmast. Aan deze vlaggenmast wordt
gehesen de soevereine vlag van de Orde van Malta. Een rode vlag met een wit
Latijnse Kruis erop, indien het een bijeenkomst in het Maltezerhuis betreft
waarbij een besluit van het Grootmagistraat een rol speelt. Dit is het geval
bij de Ridderdagen in september waar nieuwe Ridders en Dames worden
geïnstalleerd. Indien het een bijeenkomst betreft die georganiseerd is door
het kapittel dan wordt de Werkmeestervlag gehesen. De Werkmeestervlag is een
rode vlag met het witte achtpuntige Maltezerkruis erop. Boven de hoofdingang
is in het bovenraam te vinden het wapen van de Orde van Malta.
 |
|
2008 Entree |
Indien men in de met marmer bevloerde vestibule is gekomen ziet men
wapenboren aan de want hangen. Dit zijn de wapenboorden van alle geslachten
die bij de Afdeling Nederland sinds 1911 geïnstalleerd zijn geweest. Deze
wapenboorden zijn vervaardigd door Heraldisch Atelier Bultsma te Oosterwolde.
Even verder in deze voorzaal is een buste van H.M. de koningin te vinden in
brons. Deze is vervaardigd door Ordelid en Schatmeester Ir. J-W. F.M. baron
van Oldeneel tot Oldenzeel MBA.
Rechts vlak na de ingang bevindt zich de tenuekamer. In deze kamer zijn alle
kovels, capes en kazuifels opgeslagen evenals een deel van de Lourdes
tenues.
Aan het einde van de gang kan men de marmeren trap naar beneden nemen en de
eiken trap opgaan naar de bel-etage. Als men de eiken trap neemt komt men op
de overloop van de bel-etage. Daar is aan de want te vinden een grote
groepsfoto van het eerste kapittel. Ook hangt er een perkamenten acte van
het besluit van de toenmalige Vorst Grootmeester van de (her)oprichting van
de Afdeling Nederland. Aan de ene zijde kan men naar de Ridderzaal gaan en
aan de andere zijde is de Kapittelzaal te vinden.
De
Ridderzaal
|
|
 |
| Ridderzaal 1921
en 2008 |
In
de Ridderzaal ziet men boven de schouw het geschilderd portret van de
voormalige Soevereinen Vorst Grootmeester van de Orde van Malta, Vorst Thun
von Hohenstein. Daarboven de wapens van de Koningin en de Prins als leden
der Orde en aan weerszijden van het portret de wapens van de leden van het 1e
kapittel en de eerst benoemde Eredame. Deze wapens zijn die der geslachten
van: Van Voorst tot Voorst, Van Wijnbergen, Van Lamsweerde, Van Hugenpoth
tot Aerdt, Wittert van Hoogland, Van Dorth tot Medler, Van Hövell tot
Westerflier en Wittert- Snoeckaert van Schauburg.
Tegen de overige pilasters zijn aangebracht de wapens van de eerste Ridders
en Dames van de Orde van Malta Afdeling Nederland. Deze wapens behoren tot
de geslachten (in alfabetische volgorde): De Bieberstein Rogalla Zawadsky,
Von Bönninghausen tot Herinckhave, Dommer van Poldersveldt, Van Dorth tot
Medler, Von Fisenne, Van Hövell tot Westerflier, Van Hugenpoth tot den
Berenclaauw, Van Hugenpoth tot Aerdt, Van der Heyden van Doornenburg, Von
Heyden, Van Lamsweerde, Van Oldeneel tot Oldenzeel, De van der Schueren,
Schimmelpenninck van der Oye, Sloet tot Everlo, Van Sasse van Ysselt,
Speyart van Woerden, Van Voorst tot Voorst, De Weichs de Wenne, Wittert van
Hoogland, Wittert-Snouckaert van Schauburg, Wolff Metternich,
Metternich-Schall von Riaucour, Van Wijnbergen. Alle wapens in de ridderzaal
zijn gemaakt door atelier voor woningbouw, inrichting en sierkunst “de Ark”
te Roermond.
U
ziet ook een gebrandschilderd raam aan de achterzijde. Dit raam bevat de
wapens van de leden van het 1e kapittel sedert het herstel der
Nederlandse Afdeling met de onderschriften: Van Voorst tot Voorst, Van
Wijnbergen, Van Lamsweerde, Van Hugenpoth tot Aerdt, Wittert van Hoogland,
Van Dorth tot Medler en Van Hövell tot Westerflier. Het is ontworpen door de
bekende Zwitserse heraldicus Jhr. Van Steiger, oud-majoor der Grenadiers en
vervaardigd in de fabriek van de Gebr. Mengelberg te Utrecht.
Verder zijn er grote schilderijen opgehangen aan de wanden in de Ridderzaal
die de Orde van Malta Afdeling Nederland in bruikleen heeft gekregen van het
Rijksmuseum Het Catherijne Convent te Utrecht. In de Ridderzaal zijn twee
vlaggen te vinden in sokkels. De ene is de Souvereine vlag en de andere is
de Werkmeestersvlag. Op de vloer is een eiken visgraad parket te vinden en
de wanden zijn betengeld met leer.
In
de zaal staan achter de grote tafel de zetels van het Kapittel met
armleuningen, bevattende elk in gobelin het wapen van de Souvereine Orde van
Malta. Terwijl voorts iedere Ridder en Dame zijn of haar eigen (ongeleunde)
stoel heeft, waarin zijn of haar wapen eveneens in gobelin is gemaakt. Bij
afwezigheid worden al deze zetels omkleed ter bescherming. Deze fauteuils en
stoelen zijn vervaardigd door het Altelier “de Ark” te Roermond, terwijl de
bekledingen geweven zijn in de Nederlandse Kunstweefschool te Den Haag. In
deze zaal wordt de Algemene Leden Vergaderingen gehouden, genoemd de
Ridderdagen. Voorts ook ontvangsten gehouden en in een aantal gevallen wordt
hier ook Eucharistie gevierd. Er is een ‘geheim’ deurtje naar de tuin.
De
Kapittelzaal
|
 |
| Kapittelkamer
1921 |
 |
| Kapittelkamer
2008 |
Ook hier vindt men rond de daar aanwezige tafel de zetels van het Kapittel
met wederom het in gobelin geweven wapen der Orde van Malta. De portretten
aan de wand zijn die van het eerste kapittel, geschilderd door de schilder
W. van den Berg.
Het raam bevat de wapens van de leden van het 2e kapittel, zoals
dit na het overlijden van de coadjutor Baron van Wijnbergen en de
Werkmeester baron van Lamsweerde door opklimming en aanvulling is
samengesteld, waarop de randschriften: J. J. G. van Voorst tot Voorst,
Baljuw; G. F. M. van Hugenpoth tot Aerdt, Coadjutor; E. B. F. F. Wittert van
Hoogland, Werkmeester; Th. Z. J. F. van Dorth tot Medler, Schatmeester; E.
O. J. M. van Hövell tot Westerflier, Kanselier; L. F. J. M. van Voorst tot
Voorst, 1ste Kapittel-Ridder; A. K. M. G. van Oldeneel tot
Oldenzeel, 2de Kaptittel-Ridder. Gemiddeld rond de zes weken
vergaderd hier sinds 1911 het kapittel van de Afdeling Nederland van de Orde
van Malta. Ook commissie vergaderingen vinden hier plaats. Als er in de
Ridderzaal een Eucharistie plaatsvindt is de Kapittelkamer tijdelijk de
sacristie. Op een kast is de Voorzittershamer te vinden. Op de vloer is een
eiken visgraad parket te vinden en de wanden zijn betengeld met leer.
De
Tuinzaal
Als men de marmeren trap vanuit de vestibule naar beneden gaat komt men
eerst in de benedengang met aan de voorzijde de moderne keukenkamer,
halverwege de garderobe met drie toiletten en aan de achterzijde komt men
vervolgens in de Tuinzaal. Vlak voor de ingang van de Tuinzaal hangen aan de
want een aantal blauwdrukken van de plattegrond en zijaangezichten van het Maltezerhuis. In de Tuinzaal houdt de secretaris zijn kantoor. Deze ruimte
dient ook als ontvangzaal en vergaderzaal. Hier is ook het archief van de
Orde van Malta Afdeling Nederland te vinden. Men kan vanaf hier doorlopen
naar de tuin. Achter in de tuin is de St. Janskapel te vinden.
 |
|
2008 St
Janskapel |
De
St. Janskapel
Aan de achterzijde van de kapel bevinden zich de doodborden van overleden
Ridders en Dames. Deze zijn in willekeurige volgorde opgehangen. Regelmatig
wordt in deze kapel de Heilige Eucharistie gevierd. In een aantal gevallen
wordt hier ook een lezing gehouden of vergaderd.
In
vroegere jaren was er nog een doorgang naar de tuin van het voormalige
klooster van de Fraters van Utrecht waar in de kapel aldaar grote
gezelschappen werden ontvangen om de Heilige Eucharistie te kunnen vieren.
Vandaag de dag wordt gebruik gemaakt van de kathedraal van Utrecht bij grote
gelegenheden.
 |
|
 |
|
Mariabeeld in de kapel |
|
1983
Achterwand in de St Janskapel |
Kelders
Het Maltezerhuis heeft grote werfkelders die onder de straat doorloopt naar
de gracht. Bij de gracht is een kade voor laden en lossen van schepen
gerealiseerd. De kelder bevat antieke tegels. Het zijn 17de-eeuwse
kinderspeltegels, blauw op wit. De plavuizen op de vloer in de kelder zijn
oorspronkelijk.
Het bovenhuis
Vanaf 23 oktober 1947 heeft de Afdeling Nederland in het Maltezerhuis
onderdak geboden aan de Medische Missiezusters. In verband met hun
gezondheid en hoge leeftijd besloten zij in 2002 het huis te verlaten en
zich elders in Nederland te vestigen. Tijdens een bijeenkomst in het
Maltezerhuis op 24 november van dat jaar nam het Kapittel officieel afscheid
van de zusters. In de loop van 2003 is in het huis een aantal restauraties
uitgevoerd en werden er drie huurappartementen gereedgemaakt. Het
benedenhuis en het bovenhuis is te bereiken middels een trap en een lift.
Grootmeesters
van de Orde |