|
Rhodos,
verkenningen
door Mr. Eduard G. H. M. baron van Hövell van Wezeveld en Westerflier
Ridder Grootkruis van Eer en Devotie in Obediëntie
Oud-Coadjutor Kapittel
Wat weten wij
van Rhodos anders dan dat de Hospitaal Orde van Sint jan van Jeruzalem er ruim
twee eeuwen was gevestigd en voortdurend op gespannen voet stond met de Turkse
machthebbers? Het leek goed om u iets van de geschiedenis en de betekenis van
dit eiland door de eeuwen heen te vertellen. Rhodos eiland behoort tot de
archipel met oorspronkelijk twaalf eilanden (‘Dodeka nisi’) het is nu een
administratieve eenheid van meer dan 200 eilanden. Het eiland ligt ongeveer op
dezelfde hoogte als Gibraltar, heeft een oppervlakte van 1398 km2 en telt ca.
119.000 inwoners. Van Noord naar Zuid is het ongeveer 90 kolometer en de
grootste breedte is 37 kilometer. De hoogste berg is Attávyros (1215 meter).
Rhodos stad had begin 2005 ongeveer 50.000 inwoners.
 |
| Overzichtskaart Rhodos |
Rhodos is een
groen en vruchtbaar eiland; in het voorjaar bloeien de velden met rode papaver,
gele klaverzuring en blauwe tijm en zijn de hellingen getooid met gele brem.
Later in het jaar ziet men overal bloedende roze of witten oleanders, felrode
hibiscusstruiken en bij veel huizen de paarse en soms witte boegainvelle. De
naam Rhodos is naar algemene opvatting afgeleid van het Fenicische woord ‘rod’,
dat granaatappel betekent. In de antieke tijd zijn op instigatie van het orakel
van Delphi herten ingevoerd om slangen op het eiland te bestrijden die, naar
verluidde, niet tegen hun geur konden. Toen het hert in de moderne tijd bijna
was uitgestorven, zijn door de Italianen in de jaren twintig en dertig van de 20ste
eeuw weer herten ingevoerd. Overigens komen in afgelegen delen van het eiland
nog steeds slangen voor.
 |
| Kaart Rhodos eiland |
Volgens de
Griekse mythologie was Rhodos het domein van de zonnegod Helios. Toen Zeus bezig
was de wereld onder de Olympische goden te verdelen, beloofde hij aan Helios een
deel van de aarde dat nog niet uit de zee was opgerezen. En zo geschiedde het,
dat Helios op zijn dagelijkse rondgang langs het firmament een maagdelijk eiland
in de buurt van Klein Azië ontdekte, dat werd bewoond door de nimf Rhode,
dochter van Poseidon en Amphitrite; zij werd zijn bruid en hij noemde het eiland
naar haar. Met zijn krachtige uitstraling trok hij haar boven water en trouwde
met haar.
Ongeveer vanaf
1700 v. Chr. Hadden de Minoërs uit Kreta handelsposten op de eilanden van de
Dodekanesos, maar zij werden spoedig verdreven door de Achaeërs uit Mycene en de
Phoeniciërs. Overal was op hooggelegen plaatsen een acropolis gebouwd met een
tempel gewijd aan Athena. In latere tijden hebben de heersers ernaast een burcht
gebouwd als observatieposten tegen de bedreigingen van hun handelsscheepvaart.
Rond 1150 kwamen Doriche Groeken op Rhodos en stichtten er de steden Lindos,
Lalissos en Kamíros. Door de handel met het Oosten werd Thodos zeer welvarend en
stichtte zelf kolonies op Sicilië en in Klein Azië. Rond 550 werd in Lindos de
tempel van Athene Lindia gebouwd.
Die steden
besloten rond 408 v. Chr. Tot de stichting van Rhodos stad, die met haar drie
natuurlijke zeehavens (Mandráki, Emborió en Alandia) van strategische betekenis
was en in die tijd uitgroeide tot de belangrijkste handelshaven en de culturele
hoofdstad van Griekenland werk. Thodos werd een belangrijke zeemacht en een
financieel centrum.
 |
| De bronzen Kolossus van Rhodos met
fakkel, dienend als vuurtoren, bij de ingang van de haven. Impressie van
een hedendaagse kunstenaar. |
Na de dood van
Alexander de Grote in 323 v. Chr. Weigerde Thodos deel te nemen aan de strijd
van zij opvolger Antigonos tegen Ptolemaeus I. Daarom probeerde Antigonos’ zoon
Demetrios, de ‘stedenbedwinger’, in 305 Rhodos stad te veroveren; de belegering
mislukte en eindigde met het sluiten van een verbond waarbij besloten werd als
monument voor de belegering op te richten de beroemde ‘Kolossus’, een van de
zeven wonderen van de oudheid. Charos van Lindos had de leiding van de bouw van
dit ca 32 meter hoge bronzen beeld van de zonnegod Helios, beschermer van het
eiland; het werd geplaatst op 9 meter hoge sokkels, en fungeerde als vuurtoren
en het stond met gespreide benen over de Mandrakihaven (de naam betekent
‘schaapskooi). Rond 225 is het beeld ten gevolge van een aardbeving in zee
gevallen. Pas in 653 troffen manschappen van de Arabische veldheer Muawija de
brokstukken van het beeld op de zeebodem aan; ze werden aan een joodse handelaar
uit Syrië verkocht. Voor het transport door de Syrische woestijn waren meer dan
900 kamelen nodig.
Op de pier staan
nog drie windmolens en aan het eind ligt de 15e eeuwse vestiging
Agios Nikólaos. De haveningang wordt nu geflankeerd door zuilen waarop de dieren
van het wapen van Rhodos staan: Elafos (hert) en Elafína (hinde). Ook op de
metalen putdeksels in de straten en stegen komt een hert voor.
Het stadsplan
van Thodos vestingstad met zijn brede straten zoals Hippodamou Pythagora, Omirou,
Sokratous (‘Via turistica’) en Ayou Fanouriou is ontworpen door de beroemde
architect Hippodamos van Milete. De bestrating bestaat veelal uit witte en
zwarte kiezelstenen uit de zee, dikwijls met fraai gestileerde bloemmotieven. In
342 werd de beroemde school voor retoriek opgericht door de Athener Aeschines.
Rhodische kunstenaars en ambachtslieden genoten een bevoorrechte sociale status
in heel het Middellandse Zeegebied. In 164 v. Christus sloot Thodos een verbond
met Rome en werd een vazalstaat tot de 1e eeuw na Christus. Daarna
vermindert de onafhankelijkheid van het eiland.
Vanaf de 4de
eeuw. Toen het Romeinse Rijk uiteenviel, werd Rhodos een onverdedigbare
buitenpost van het Oost Romeinse Rijk, waarvan Constantinopel het machtscentrum
werd en van waaruit het Byzantijnse Rijk ontstaat. Rhodos stad is herhaaldelijk
geplunderd en werd in 155 en 515 door aardbevingen getroffen. Het Christendom
verspreidt zich inmiddels en overal worden basilieken gebouwd. In 1082 verkregen
Venetiaanse kooplieden toestemming van de Byzantijnse keizer een handelspost in
te richten in Rhodos haven. Het stadsbeeld is gekenmerkt door de indrukwekkende
stadsmuren en paleizen uit de riddertijd. De Turken die de ridders van Sint Jan
verdreven bouwden er hun eigen moskeeën en wijzigden christelijke kerken in
islamitische bedehuizen. Er is een Osmaans kerkhof waar graven van pasha’s zijn
met inscripties van Koran teksten en de staande grafstenen voorzien zijn van een
tulband. Rhodos vesting is als geheel uitgeroepen tot Werelderfgoedplek.
 |
| Facade van het Hospitaal van de
Hospitaalridders te Rhodos |
De jaren
1306-1522 te Rhodos, zetel van de Hospitaal Orde van Sint Jan. Woeste Turkse
Seldsjoeken veroverden in 1071 de stad Jeruzalem en het Heilig Land en maakten
het onveilig voor de christenen uit Europa om daarheen te pelgrimeren. Rond 1080
ontstond de Broederschap van het Hospitaal van Sint Jan, gesticht door de zalige
Broeder Gérard, ter verzorging van zieke en gewonde pelgrims in het Xenodochium
(hospitaal) in Jeruzalem. In 1099 wist Godfried IV van Bouillon, hertog van
Lotharingen, de stad Jeruzalem in te nemen. Hij trof daar het hospitaal aan en
heeft evenals velde Europese vorsten toen uit bijzondere waardering voor de
christelijke werken van barmhartigheid, die Gérard en zijn broeders tot eer van
God ten uitvoer brachten, vele bezittingen en landerijen geschonken aan de
Broederschap va het Hospitaal.
Paus Paschalis
II heeft met zijn bul “Piae potulatio voluntatis”van 15 februari 1113 de
Broederschap, gewijd aan Sint Jan de Doper, als autonome, internationale
organisatie (‘ordo religionis’) goedgekeurd en rechtstreeks onder bescherming
van de Heilige Stoel geplaatst. Dit werd canoniek rechtelijk bevestigd door Paus
Anastasius IV in diens Thodos bul ‘Christianae fidei religio” van 21 oktober
1154. Broeder Gérard, die zich ‘Rector hospitalis’ noemde, overleed in Jeruzalem
op 3 september 1120.
Door het
toenemend geweld werden ook de Hospitaalridder bedreigd en zagen zij zich
genoodzaakt een militaire afdeling op te richten om hun gasten en zichzelf te
kunnen verdedigen. De aanvoer van manschappen en materieel over zee uit de
Westerse christelijke wereld nam toe en zo groeide de Orde uit tot een geduchte
maritieme macht.
Na de oprep van
Paus Urbanus II vertrok in 1096 de eerst kruistocht ter bevrijding van de
heilige plaatsen. Toen de Turken onder Saladin op 3 oktober 1187 Jeruzalem
hadden heroverd trokken de ridder van de Hospitaal Orde van Sint Jan de Doper
zich terug op Akke. In 1291 moest de 22ste Grootmeester Jean de
Villiers die vestingstad prijsgeven en is zwaar gewond met 7 ridders uitgeweken
naar Cyprus, waar de Orde 11 jaren zou blijven.
Gesteund door de
koning van Frankrijk, de koning van Engeland, de Paus, door Karel II van Napels
en door de stad Genua is in 1306 de 25ste Grootmeester van de Orde,
Frà Foulques de Villaret, met zijn ridder het eiland Rhodos binnengetrokken en
veroverde hij de Turkse burchten Filérimos en Faraklos; drie jaar later kon hij
Rhodos stad innemen.
De
internationaal samengesteld Orde verwierf toen bij de Europese vorsten zulk een
vertrouwen en aanzien, dat de Grootmeester zich soeverein noemden en de Orde
bijgevolg subject van volkenrecht werd. De Orde slaat eigen munt, vaardigt
wetten uit, spreekt recht en beschikt over een eigen leger en vloot, zend zijn
gezanten uit en ondertekent staatsverdragen. Van de totaal 18 Grootmeesters van
de Orde die Rhodos bestuurden was Frá Philippe Villers de l’Isle Adam de
laatste. Na hevige weerstand tegen de Turkse aanvallen o.l.v. Sultan Soliman II
de Grote, capituleerde hij op 24 december 1522 en is op 1 januari 1523 met een
600-tal Ridders en 4000 inwoners van Rhodos weggevaren.
“Rhodes
devient le ‘rempart et le château fort de la civilisationchrétienne contre la
barbaie musulmane’, point d’appui des defenses de l’Occident contre
l’envahissement des Turcs et des Mamelouks d’Egypte et de Syrie, sentinelle
d’Eglise, voire symbole de l’esprit chevaleresque’ …Rhodes, en un mot, devient
une ville belle, riche, confrtable, digne chef lieu du nouvel Etat des
Chevaliers, oùles exigences militaires et navales n’étouffent pas la vie
intellectuelle et artistique, ni celle du trafic et du commerce. “ Aldus
schrijft Chevalier Jacques Charles Bascapé in zijn samenvatting van de
geschiedenis en organisatie van de Orde afgedrukt in de Ruollo Generale 1949.
 |
| Straat van de Ridders. Deze loopt
van het paleis van de Grootmeester naar het Hospitaal |
Het
Grootmeesterpaleis, oorspronkelijk gebouwd als residentie van de Grootmeesters
met daarbij het hospitaal van de Orde, is een zeer imposant gebouw, waarin men
prachtige antieke vloermozaïeken met mythologische voorstellingen, Romeinse
sculpturen en laat gotische zetels, naken en tafels kan bewonderen; alleen als
herinnering aan de Orde staat er ergens een eenvoudige troon en hangt daarbij
een wapenbord in kleuren. In de beroemde Ridderstraat bevinden zich de 15de
eeuwse Auberges van de verschillende ‘langues’. Er kwamen in de riddertijd
zoveel gewonden en zieken geneeskunige hulp vragen van de Orde dat Grootmeester
Frà Jean Bonpart de Lastic een nieuw groter complex liet bouwen, dat in 1489
gereedkwam: de binnenhof is omzoomd door een dubbele arcade rij. Boven de
hoofdingang van het nieuwe hospitaal bevindt zich de beroemde ziekenzaal (51 x
12 meter) met langszij enige nissen waarin de ziekenverplegers konden rusten; er
is halverwege een huiskapel en langs de wand staat een aantal grafstenen en o.a.
de sarcofaag van Grootmeester Frà Pierre de Corneillan.
Veel is
overgelaten aan ieders eigen fantasie over de wijze waarop het hospitaal
toentertijd was ingericht bijvoorbeeld door middel van een maquette of door de
plaatsing van enige bedden in die unieke ziekenzaal en kapel, waar de apotheek
en de keuken waren etc. sinds 1916 is het pand ingericht als Archeologisch
museum. Juist omdat de Orde in die tijd een maritieme macht was zou het goed
zijn indien daarin ook eenmaal modellen van de door de Orde gebruikte schepen
zouden worden tentoongesteld.
 |
| Ziekenzaal in het hospitaal te
Rhodos |
Betreffende de
Notre Dame de Philermo het volgende. Op de 267 meter hoge berg Filérmos zijn
opvallen de resten van de Akcropolis van Lalissos en de ruïne van een Dorische
Athene tempel (3de eeuw voor Christus) en daarbij een kruisvormige
doopvont van een vroegchristelijk kerkje. In de 13de eeuw vestigde
zich daar de Byzantijnse kluizenaar Filérimos (vriend van de eenzaamheid). Toen
de Ridders in 1306 de berg hadden veroverd troffen zij daar aan een icoon van de
Heilige Maagd Maria, die naar verluidt zou zijn geschilderd door de apostel
Lukas. Zij bouwden daar een aparte kapel ter ere van ‘Notre Dame de toutes les
Grâces’. Toen zij in 1523 Rhodos moesten verlaten namen zij de icoon mee. Thans
hangt er een kopie van die icoon en ziet men ijzeren hekwerken met daarop het
Maltezerkruis; de plek is nog steeds een bedevaartsoord. Op enige afstand ligt
de ondergrondse St. Joriskapel met 15de eeuwse fresco’s, die helaas
in slechte staat verkeren. Begin 20ste eeuw hebben franciscaner
monniken die het klooster bewoonden tegenover de ingang een kruisweg met bronzen
staties aangelegd.
Rhodos was van
1523 – 1912 bezet door Turkije. In 1912 veroverden de Italianen Rhodos: zij
begonnen met restauraties van de middeleeuwse stad, met herbebossingprojecten en
ontwikkeling van de landbouw. Ook startten zij een systematische archeologisch
onderzoek. In WO II staat het eiland als deel van Italië aan de zijde van
nazi-Duitsland. Na de wapenstilstand van de Italianen met de geallieerden in
1943 is het eiland door het Duitse leger bezet. Op 10 februari 1947 werd Rhodos
door de Britten bevrijd en werd het weer Grieks.
 |
| Binnenplaats hospitaal van de
Hospitaalridders te Rhodos |
Weliswaar zijn
er maar beperkte sporen van de Ridders van de Orde van Sint Jan van Jeruzalem
tijdens hun verblijf op Rhodos te vinden, dat neemt niet weg dat het alleszins
de moeite waard is naar Rhodos te gaan en zich daarop voor te berieden door zich
te verdiepen in de Griekse mythologie en de eeuwenoude cultuurhistorische
ontwikkelingen.
Geraadpleegde
lectuur:
· Rhodos
ontdekken en beleven, Meria/Deltas ISBN 90 243 5396 3
· Rhosos, ANWB ISBN 9018 01983 6
· Rodos – Kos, ANWB ISBN 90 18 01009 x
· Rhodos, Belitz, ISBN 90 215 9927 9
· Geschichte des Ritterlichen Ordens St.
Johannis vom Spittal zu Jerusalem, A. v. Winterfeld, Berlin 1859
· Ordre Militaire et Souverain Hiérosolymitain
de Malte, Rôle Général et officiel du Grand magistère 1949
· The Knights of Rhodes, teh Palace and the
city, Medieval Town of Rhodes, World Heritage site, UNESCO 1988, Elias Kollias,
Ekdotike Athenon S.A. 1998, ISBN 960 213 242 6
· La devotion des
Chevaliers de Malte envers la Sainte Vierge, Protectrice de l’ invocation de
Notre-Dame du Philerme, Nocolas Moroso, Chevalier Magistral et Représentant de
l’ Ordre Dans l’Île de Rhodes, Rome 1954
|
|
|
|
|