WWW ORDE VAN MALTA

 Spiritualiteit  

Dienstbaar zijn. Hoe doet men dat?

 Door: Maurice de van der Schueren, obediëntieridder in de Orde van Malta

Dienstbaarheid aan een hulpbehoevende

Hoe is het vandaag met onze dienstbaarheid gesteld? In het algemeen kunnen we zeggen dat onze maatschappij de dienstbaarheid heel erg ontwikkeld heeft. Na de landbouw en industrie is de dienstensector zelfs een symbool geworden van onze westerse beschaving. Voor alle facetten van het leven bestaan er vandaag diensten. Het is een teken geworden van onze ontwikkeling op velerlei gebied. Ik denk ook dat we mogen zeggen dat de houding van dienstbaarheid gemeengoed is geworden. Men kan zich daarbij de vraag stellen of het wel allemaal christelijke dienstbaarheid is.

Via barmhartige werken helpt men een medemens, natuurlijk, maar men draagt zo ook een steentje bij aan dat Rijk van God. Jezus gaf ons het voorbeeld dat je het kwade het beste met het goede kan vergelden. Dat is soms moeilijk, maar wel het beste. Ik las laatst een boek genaamd ‘een levensregel voor beginners’, geschreven door Wil Derkse (Lannoo, 2004). Het boek handelt over de benedictijner spiritualiteit voor het dagelijkse leven. Derkse beschrijft dat kleine werkzaamheden zoals het herschikken van bloemen bij een vreemd graf of in een kerk, even een propje oprapen als men naar huis loopt (daar staat toch immers de prullenbak), een dag in de week per fiets naar het werk gaan en wat vaker de trap nemen, een extra gebed voor iemand, et cetera, zeer belangrijk werk is. Het zijn de kleine dingen die bouwstenen blijken te zijn, op weg naar het goede. De slogan en levensregel “Een goede wereld? Begin bij jezelf!” zit hier in. Niet denken dat een ander dat wel zal doen. Dan ben je het kwade met kwaad aan het bestrijden. Toen wij tijdens onze retraite in de conventkerk te Maarssen waren van de zusters kannunikessen, zongen wij ook een psalmregel die direct opviel: ‘De weggeworpen gebroken steen, blijkt voor de metselaar de hoeksteen te zijn.’

Als men luistert naar zijn medemens, ondervindt men dankbaarheid. Tegenwoordig zijn er weinig mensen die echt luisteren. Zeker op de werkvloer is dit te merken. Stockman beschreef dit ook in zijn boek ‘Leiderschap in dienstbaarheid’ (Lanoo, 2004). Want wie niet luistert ontmoet niet. En kan vervolgens ook niet dienstbaar zijn. In mijn praktijk, waarbij ik mij voornamelijk bezighoud met individuele begeleiding van werknemers in bedrijven, merk je dat men mij graag ziet komen. Bij navraag komt dat alleen maar omdat ik écht luister naar de mensen, relevant doorvraag, meer tijd voor ze neem. Door zo met mensen om te gaan komt men te weten wie die persoon werkelijk is en waar deze werknemer het beste ingezet ken worden om beter tot zijn of haar recht te komen. Ondankbaarheid en niet zo dienstbaar daarentegen ondervind ik zelf bij bijvoorbeeld mijn huisarts. Hij kijkt op zijn scherm en leest het een en ander op. Als ik de persoon ben van het scherm vraagt hij wat en voert dit direct in zijn computer. Zonder zich met mij bezig te houden. Via een telefonische verbinding heeft hij contact met de apotheek waar ik het recept kan ophalen en de volgende patiënt wordt via een drukbelletje opgeroepen (wat tegelijk het teken is dat je zijn kamer dient te verlaten). Oprecht luisteren is nodig om geen wees in deze wereld te worden.

Dienstbaar zijn

Een van onze erekapelaans van de Orde van Malta is een benedictijn wat goed aansluit bij het boekje van Wil Derkse. De stichter Benedictus heeft het dienstbaar zijn in een regel gevat. De drie belangrijkste principes van het benedictijner leven zijn:  stabilitas, coversio morum en obedientia. Stabilitas staat voor commitment; het niet weglopen van dat waaraan je je hebt verbonden en wat hier en nu een appèl op je doet. Coversio morum is het permanente en dagelijks opnieuw op te pakken proces om je houding en levensstijl stukje bij beetje te verbeteren en obedientia is de kunst van het aandachtig luisteren en van harte en daadwerkelijk respons geven. Daar kunnen we heel wat van leren qua dienstbaarheid. Wat bij dienstbaarheid bovendien belangrijk is is wat we nu tijdmanagement zouden noemen. Het leven en werken in een vast (maar niet rigide) ritme, zoals bij de benedictijnen, is daarbij een belangrijk uitgangspunt. De benedictijnen beheersen zo de kunst van het beginnen en de kunst van het ophouden.

 

 
 

© Copyright Orde van Malta,  Associatie Nederland