|
Dienstbaarheid
Door
Mgr. Dr. G.J.N. de Korte, Hoofderekapelaan Orde van Malta Associatie
Nederland
|
 |
|
Maltezerkruis te Valetta, Malta |
Dit
jaar 2006 zal ik als hulpbisschop van het aartsbisdom Utrecht weer
een aantal mannen tot permanent diaken mogen wijden. Eeuwenlang
kende de Romana alleen bisschoppen en priesters als ambtsdragers.
Iedere priester werd diaken gewijd als opstap naar de
priesterwijding. Maar de permanente diaken, zoals die in de vroege
Kerk functioneerde, was uit het beeld verdwenen. Het Tweede
Vaticaans Concilie (1962 – 1965) heeft het permanente diaconaat
echter in ere hersteld. Wereldwijd zijn er inmiddels duizenden
diakens gewijd en actief. De diaken heeft verschikkende taken. Hij
mag verkondigen maar ook dopen en kerkelijk getuige zijn bij een
huwelijkssluiting.
Toch
zal daar, als het goed is, niet het zwaartepunt van zijn
activiteiten liggen. De diaken is met name de vertegenwoordiger van
armen en zwakkeren. Hij opereert op de grens van Kerk en
samenleving. Binnen de geloofsgemeenschap houdt de diaken de andere
gelovigen bij de diaconale les. Hij maakt mensen gevoelig voor hen
diaconale opdracht en voor de noden van Kerk en samenleving. Een
diaconale houding is immers niet alleen een roeping van gewijde
diakens maar van alle gedoopten. Iedere christen is uitgenodigd om
een leven van navolging te leiden. Zoals Christus gekomen is om te
dienen en niet om gediend te worden, zo moeten ook volgelingen van
Jezus dienstbaar in het leven staan. De dienende Christus heeft
zichzelf uiteindelijk totaal weggeschonken. Hij heeft willen dienen
tot op het kruis. Zelfgave en dienende liefde moeten daarom het
leven van iedere christen bepalen. Juist de leden van de Orde van
Malta zullen deze levenshouding steeds weer willen inoefenen.
|
 |
|
Johannes doopt Jezus |
Wie
eerlijk is, weet echter dat de praktijk van het bestaan weerbarstig
is. Werkelijk dienstbaar zijn zit ons niet in het bloed. Status,
aanzien en eigenbelang zijn afgoden die in het leven van de christen
steeds weer opduiken. Allemaal kennen wij de drang om onze mening
door te zetten. Hoe vaak zoet onze haan geen koning kraaien? Het
heersen gaat ons meestal gemakkelijker af dan het dienen. Helaas
zijn er ook in onze parochies genoeg mensen met grote ego’s en korte
lontjes. De gevolgen zijn vaak aanzienlijk. Irritaties groeien uit
tot ruzies en partijschappen. Christenen die vol haat en nijd met
elkaar omgaan verduisteren echter het gelaat van Christus volkomen.
Nieuws over ruziemakende christenen vormt een ernstige belemmering
om nieuwe mensen voor Christus te winnen. Het frustreert de
missionaire opdracht van de Kerk tot in het hart.
De
diaken kan ons allemaal bij de les houden. Dienstbaar aan mensen
binnen en buiten de Kerk moet het parool vormen. Een en ander vraagt
om voortdurende bekering. In het voetspoor van Johannes de Doper
moet ikzelf kleiner worden en Christus groter (vgl. Johannes 3.30).
Anders gezegd, nu met de woorden van Paulus: “niet ik leef
maar Christus leeft in mij” (Galaten 2,20). Bidden wij om Gods Geest
die ons ook in dit jaar des Heren 2006 tot werkelijk dienstbare
mensen kan maken.
|