|
Hoe
wilt gij Zijn ontmoeten?
|
 |
|
Mgr. drs. R. Ph. Bär o.s.b.,
erekapelaan in de Orde van Malta |
Door: Mgr. Drs. Ph. Bär O.S.B.
erekapelaan der Orde van Malta Associatie Nederland
Gepubliceerd in het Mededelingenblad 41ste jaargang
nummer 4 (2006)
Hoe zal ik U
ontvangen? Hoe wilt gij Zijn ontmoeten? In deze regels, afkomstig
uit een Adventslied van wat oudere datum, is verwoord wat oude
vragen zijn bij het naderend Kerstfeest, het feest van Christus’
Geboorte. Ieder jaar opnieuw komt de Heer ons eraan herinneren dat
Hij de wereld lief heeft, welhaast onvoorwaardelijk, en met ons de
weg opgaat, het Nieuwe Jaar in.
Zouden wij ons
niet moeten realiseren dat het niet zonder belang is dat wij Hem
werkelijk ontvangen, en begroeten? Met blijdschap en met verlangen,
dat is niet zo moeilijk. Maar dan ook met de vaste intentie om Hem
te volgen, daar waar Hij ons voorgaat. Dat is niet een
vanzelfsprekendheid, al zijn wij waarschijnlijk gemakkelijk geneigd
om te denken dat wij natuurlijk zo gestemd zijn. In werkelijkheid is
het echter dikwijls minder vanzelfsprekend dan het lijkt. De weg is
immer van tevoren niet te overzien, denken wij maar aan dat andere
lied: “moedig slaan wij dus de ogen naar het onbekende land”. Gaat
het om een kritiekloos voortgaan, om een blindelings vertrouwen? Dat
kan de bedoeling niet zijn, en dat is vast en zeker de bedoeling van
Christus’ komst ook niet. Maar wat wel van ons gevraagd wordt, is de
bereidheid om de Heer zo te ontvangen dat wij onze handen durven
leggen in de Zijne ten einde met Hem samen het nog onbekende
tegemoet te gaan.
|
%2040%20Grani.jpg) |
|
Postzegel
uitgegeven door de Orde van Malta. Emissie 1 (1966).
Nominale waarde 40 Grani. |
De weg is een
nieuwe, een voortgang die bedoeld is om een vooruit – gang te zijn.
Niet dat in onze ogen dat zonder meer verbeteringen zullen zijn, Wij
zijn immers met het oude te vertrouwd om zonder moeite nieuwe wegen
te gaan. Daarom is het allereerst nodig om de Heer te ontmoeten met
een open hart, dat verlangen uitzien naar de Gids en Voorman, de
Wegwijzer en de Begeleider. Opdat wij in vertouwen met Hem, en aan
Zijn hand, het nieuwe tegemoet gaan.
Bij het vele wat
voortdurend nieuw is in Kerk en Wereld kunnen wij danken dat het
overbodig, ja zelfs verkeer is, Wie zal zeggen dat dat niet zo is?
Om veel van dat alles vragen wij namelijk absoluut niet. Maar dan
komen wij ook weer zoveel anderen tegen die staan te juichen. Dat is
verwarrend en teleurstellend. En juist dan is het zaak om tot Hem te
gaan, die het allemaal overziet, en die ons vrede geeft op Zijn
unieke wijze. Hij is inderdaad de Vredevorst, die wij niet kunnen
missen.
Laat ons dan met
heel ons hart Hem ontvangen, die het beste met ons voorheeft, en op
Wie wij absoluut vertrouwen. Daarop ons voor te bereiden is de
troostende opgave van de Advent waarin wij nu zijn. Want zo wil de
Heer zijn ontmoet, door mensen die Hem tegemoet gaan ‘met haast’ en
blijdschap. Dan zullen wij, staande bij de kribbe, kunnen zeggen:
Heer, ik leg mijn handen in de Uwe, de handen die Maria U gaf om God
en mens met ons te zijn.
Zalig Kerstfeest
voor U allen.
|