|
Kerstoverweging
(december 2001)
Door: pastoor
J.C.M. van Winkel
Erekapelaan der
SMH Orde van Malta
December 2001
“In die dagen kwam
er een besluit van keizer Augustus, dat er een volkstelling gehouden
moest worden….” Er wordt iets in ons wakker als we dit weer horen
voorlezen. Het is het begin van het Kerstevangelie, dat zich niet
laat lezen in drukte of in een sfeer van zakelijkheid. Er wordt
immers verteld over God, die mens wordt. Dat is bepaald niet een
gebeurtenis die je al telefonerend, surfend op de computer of
winkelend kunt beluisteren. Er is een bepaalde sfeer voor nodig, een
luistersfeer, luisteren naar iets wat eigenlijk te mooi is voor zo
maar tussen neus en lippen door.
Omdat we dikwijls
maar met een half oor naar elkaars verhalen luisteren en even later
nauwelijks meer weten wat de ander gezegd heeft, liet God er engelen
over zingen: “Zie wij verkondigen jullie een grote vreugde, die voor
het hele volk bestemd is”.
De oproep van de
keizer vanuit Rome tot een volkstelling, óók bestemd voor het hele
volk, valt in het niet bij de Blijde Boodschap op de velden rondom
Bethlehem. De keizer wil weten hoe groot zijn rijk is, op hoeveel
belastingbetalers hij kan rekenen. Bij hem gaat het om eer, macht en
rijkdom. Engelen verkondigen de “Eer van God in den hoge en Vrede op
aarde aan de mensen van goede wil.” Zij komen naar eenvoudige
herders, die niets bezitten, zelfs de kudde is niet van hen.”Heden
is u de Verlosser geboren.” In ieder van ons wil dat Kind, hier en
nu, geboren worden.
Hierover na te
denken zou een rode draad opleveren die door alle dagen van 2002 zou
kunnen lopen. Elke nieuwe dag is “God met ons” (Emmanuël), waardoor
het komende Kerstfeest en alle dagen van 2002 dagen van houvast
kunnen worden, van ontmoeting en innerlijke vrede, dagen van hoop,
ongeacht de inhoud die ieder van ons daaraan kan geven. Zullen wij
onze hoop en ons vertrouwen alvast maar vooruitsturen? In het
verleden ligt ons heden, in het nú wat worden zal.
Alleen God is zo
groot dat Hij onze wereld kan wijzigen door de onmacht van een Kind.
Een kracht tegen berekening, egoïsme en zinloosheid in, in een
wereld die sinds de elfde september zo veranderd is. In een andere
stemming sturen we elkaar dit jaar onze wensen; er is zoveel onzeker
geworden. Sterker dan in de achter ons liggende jaren zouden we deze
zekerheid moeten meedragen: Onze Verlosser is dezelfde, gisteren,
vandaag en in eeuwigheid. Onze goede herinneringen moeten juist nu
vruchten dragen, Iedere gave zou toch kunnen uitgroeien tot zegen.
Hoop en vertrouwen moeten ons vergezellen en ons doen standhouden
tegen alle zorg en onzekerheid in. God wijzigt de wereld door een
Kind in een kribbe! Daar spreekt een kracht uit die God alleen kan
opbrengen, want aanzien, macht of een spectaculaire stunt heeft Hij
niet nodig. Voor dit Kind in de kribbe steken wij onze kaarsen aan
en vieren wij ons Kerstfeest!
Aan alle goede
wensen die u in deze dagen ontvangt voeg ik er nog één toe: Dat de
Heer ieder van ons moge bewaren en zegenen, waardoor we dankbaar
kunnen terugzien en vol vertrouwen vooruit om, als leden van de
eeuwenoude Hospitaal Orde, de Heer te mogen ontmoeten in de lijdende
medemens en heel attent en waakzaam te zijn.
Welke idealen
zenden we nu al vooruit? Welke keuze maken we juist nu, om ons in te
zetten op de plaats waar de Heer ons geroepen heeft? Om te bloeien
daar waar we geplant zijn. Om het goud te vinden niet in droomlanden
maar in de grond waarop we staan? |