|
Hoe zal ik U
ontvangen?
Door
Mgr. Drs. Ph. Bär o.s.b.
Erekapelaan SMH Orde van Malta
December 2002
Hoe zal ik U ontvangen?
Hoe wilt Gij zijn ontmoet?
O, ’s werelds hoogst verlangen
Des sterv’lings zaligst goed.
Bij
het naderen van de Advent denken wij ook aan de decembermaand, die
oproept tot inkeer, tot binnenzijn, tot intimiteit van het eigen
huis. Deze uiterlijke aspecten van de tijd van wachten op Kerstmis
zijn niet te verwaarlozen, omdat zoals wij wegen het uiterlijke
wezenlijk samenhangt met wat binnenin is. De Adventskrans, de
lichtjes die al bij voorbaat branden, de adventshuisjes en wat er
allemaal nog meer is, helpen om – ik aarzel niet om het woord te
gebruiken – de sfeer op te roepen die het hart doet voelen dat er
iets groots verwacht wordt, De Emanuël, God – met – ons, de
Vredevorst, de Zone Gods, de Zaligmaker. Elk van die eretitels van
Jezus beroert het gelovige hart en doet het sneller kloppen omdat
het weet dat naar al die hemelse dingen verlangd wordt, door alles
heen, door te veel zorgen, te veel andere belangen en wereldse
roerigheid heen.
De
gezegende Adventstijd bewerkt in ieder van ons het weer vinden van
dat verlangen, dat zo dikwijls schuilgaat achter en onder de dingen
waarmee wij ons leven vullen. Voor die herontdekking is precies
datgene nodig wat zo bij de Advent komt en waarover hierboven reeds
is gesproken, Met daarbij natuurlijk het overwegen van de teksten
die de Liturgie van de weken voor Kerstmis ons biedt. Ik denk dan in
het bijzonder aan de teksten van de profeet Jesaja, aan de aandacht
die wordt besteed aan Sint Jan de Doper en aan Maria. En als het
verlangen er dan weer is in al zijn heerlijke kracht, dan komt de
vraag: hoe, Heer, zal ik U ontvangen als Gij komt in de Heilige
Nacht van Kerstmis?
Ik
denk vooral aan momenten van echte, diepe en totale stilte, om ons
heen en zo ook in ons, De stilte waarin God belofte wordt gehoord,
de stilte waarin de Engelen al zingen om ons op te roepen om op weg
te gaan naar de plaats waar het heil te verwachten is. Het is een
inspanning die van wezenlijk belang is voor heel ons leven, omdat
het optrekken naar Bethlehem, gedreven door oprecht verlangen en ons
haastend om niets van dat wat gebeuren gaat te missen, ons bereid
maakt om Hem te ontmoeten, die vervolgens zegt: Ik ga verder met u
op de weg, met Mijn licht in uw duisternis, met Mijn zekerheid waar
u aarzelt of twijfelt, met Mijn kracht in uw zwakheid.
Inderdaad, het diepste verlangen van het mensenhart vraagt om het
antwoord op de vraag: hoe, Heer, zal ik U ontvangen? De H. Schrift
en de Liturgie geven het antwoord. Dan wordt het een Zalig
Kerstfeest.
|