|
Pinksteren
Door vicaris A.J.J.
Woolderink
Erekapelaan van de
SMH Orde van Malta
Juni 2000
Met Pinksteren is
zo’n beetje hetzelfde aan de hand als met Pasen. Beide feesten zijn
ouder dan het Christendom. De wortels liggen vele, vele eeuwen
eerder in het Oude Verbond. Joodse feesten waren het. Pasen, het
feest van de bevrijding en de uittocht uit het slavenland van
Egypte, op weg naar het beloofde land. Pinksteren, ofwel het
wekenfeest zoals het vaak genoemd werd: 7 weken na het joodse
paasfeest. Om precies te zijn, de vijftigste dag (in het Grieks:
Pentecoste). Zeven weken zijn verstreken, zeven maal zeven dagen
voorbij. Zeven is het getal van de volheid en die vijftigste dag zet
er de kroon op.
Op Pinksteren
vierden de Joden een oogst-dankfeest. Een vrolijk feest dat vele
mensen naar Jeruzalem bracht, waar in de tempel de eerste oogst van
het koren uit dankbaarheid aan God werd opgedragen. Lucas schrijft
erover in de Handelingen van de Apostelen, dat ook op het
Pinksterfeest dat vlak na Jezus’ Hemelvaart viel, Jeruzalem vol
“bedevaartgangers”was uit binnen en buitenland. Joden zowel als
proselieten staat er. Proselieten waren mensen die niet tot het
joodse volk behoorden maar zich wel tot het Jodendom bekeerd hadden.
En ze kwamen uit heel de toenmalig bekende wereld: van Kreta tot
Rome, van Egypte tot Perzië. Wat daar op dat Pinksterfeest
bijeenkwam om God te danken voor de oogst en feest te vieren, gaf
een goed beeld van wat de Kerk zou worden. Een wereldwijde
gemeenschap van mensen, niet gebonden aan een ras, of volk, stand of
cultuur. Dat reeds vele eeuwen oude Pinksterfeest werd immers de
geboortedag van de Kerk. De Heilige Geest wordt op die dag immers de
drijvende kracht voor de leerlingen van Jezus om voor de eerste keer
naar buiten te treden. Bij monde van Petrus getuigen ze van hun
geloof in de verrezen Christus, die de dood heeft overwonnen en ons
liefheeft. Drieduizend mensen laten zich op die dag dopen…. En
opnieuw is Pinksteren het feest van de oogst geworden.
Het is goed – ook
voor ons – om het Pinksterfeest te zien als de voltooiing van het
Paasfeest. Wij mogen met Pinksteren oogsten, wat Jezus met Pasen
heeft uitgezaaid. De kiem van het nieuwe leven is door Jezus
geschonken doordat Zijn leven als een graankorrel in de aarde valt
en sterft maar door de alles overwinnende liefde opbloeit tot een
volheid van leven die ongekend is.
Maar het kan goed
zijn dat het veel mensen allemaal wat te snel gaat, dat dynamische
Pinksterverhaal uit de Handelingen. De storm, het vuur, de deuren
die openvliegen en mensen die uit het isolement treden, letterlijk
begeesterd door Gods Heilige Geest. Weg alle moedeloosheid,
kleinmoedigheid en gevoelens van verlamming en twijfel. Het klinkt
prachtig maar vaak zijn wij nog niet zo ver en klinkt dat geweldig
elan waarnaar we verlangen eerder als een hemelse symfonie uit een
ander leven. Voor veel mensen zit die deur nog potdicht, net als bij
de leerlingen in de dagen voor Pinksteren.
Sommigen voelen
zich alleen of afgesloten door levensgrote vragen of twijfels.
Anderen hebben zelf de deur op slot gedraaid door teleurstellende
ervaringen of een onverwerkt verleden, door onvervulde verlangens of
faliekant mislukkingen, al dan niet door eigen schuld. Zo kunnen
mensen in een ondoorzichtige situatie beklemd raken en het geloof
verliezen. Of het geloof nog louter beleven als een theoretisch
waarheid in plaats van een bevrijdende werkelijkheid. Woorden uit
een ver verleden… Maar ze gaan niet over mij!
Toch gaat
Pinksteren ook over mijn leven, mijn angsten of teleurstellingen! En
mag iedereen oogsten wat Christus in Zijn liefde op Pasen voor ons
heeft uitgezaaid. Gods belofte zal opnieuw worden ingelost. Zo is
het ook gebeurd met die kleine groep leerlingen, voor wie feitelijk
elk perspectief ontbrak. Woorden als: “Ik zal jullie een Helper
zenden, de Heilige Geest.”werden weliswaar niet met een ongelovig
hart beluisterd maar het leek wel allemaal ver weg en zo weinig
concreet! Met die gevoelens zaten ze bij elkaar.
Hoewel dat
eigenlijk al heel wat was, dat ze elkaar niet loslieten.
Ongetwijfeld zullen ze wel hun verzuchtingen geuit hebben maar ze
hebben ook gebeden. Dat zullen wel niet allemaal mooi gepolijste
woorden geweest zijn, bidden mag ook een noodkreet zijn, een
vragend, zelfs klagend bidden.
En dan plotseling
is daar toch die begeestering, als een stormwind die bijna
onverklaarbaar ineens opsteekt. In de Schrift vinden we meer van die
verhalen waar een kwijnend vlammetje in mensen tot een oplaaiend
vuur wordt van moed en nieuw zicht. En we zien het Goddank ook om
ons heen, hoe Gods geest in mensen warm kan maken wat verkild was,
soepel wat verstard was en helen wat verwond werd.
Iedere mens mag
hopen op het Pinksterwonder. Het zal zich voltrekken wanneer we niet
passief afwachten maar bidden en openstaan voor de wegen die God ons
wijst en de geloofsgemeenschap vasthouden, zoals ook de leerlingen
elkaar niet loslieten.
En laten we niet
vergeten, dat van ons nooit gevraagd zal worden om uit te zaaien wat
we niet hebben ontvangen. Het Pinksterwonder begint in ons leven
waar mensen zich bewust worden dat Gods Geest al leeft in ons hart.
Wanneer wij binnen een deur openen, zal Hij de deuren naar buiten
ontsluiten.
|