|
Waar ben jij?
Door Vicaris A.J.J. Woolderink, erekapelaan in de
Orde van Malta
Gepubliceerd in het Mededelingenblad, 41ste jaargang
nummer 3 (2006)
|
 |
|
Uitkijktoren De Donkere Duinen te Den Helder. |
Ubi es tu? Wo bist du? Où es-tu? Where are you?
Een vraag van alle talen en alle tijden die mensen
aan God stellen. Zoals u ziet, meestal in de vertrouwelijke
tutoyeervorm. Alleen in het Nederlands zijn we gewoon meestal ‘U’
tegen God te zeggen. “Waar bent U?” Maar in de liturgische taal
klinkt ook het meer nabije: “Gij”. Paus Benedictus XVI stelde die
vraag in mei van dit jaar, namens ontelbare mensen, bij zijn bezoek
aan het concentratiekamp Auschwitz. Wij stellen die vraag aan God,
wanneer het ons slecht gaat… wanneer we grote zorgen hebben of
tegenslagen… wanneer er verdriet is in ons leven. Maar ook wanneer
mensen op grote schaal onrecht wordt aangedaan, bij oorlogen of
hongersnood in de wereld. En veel mensen die zorg hebben over de
toekomst van de Kerk en het geloofsleven in ons land en die zich
herinneren hoe een generatie gleden alles nog zo vanzelfsprekend
was… Ook zij hebben de neiging om God te vragen waar Hij is. Heeft
Hij wel werkelijk zorg voor ons? Die noodkreet kunnen we goed
begrijpen. Bovendien wordt die vraag ook in de Bijbel een aantal
keren gesteld. Vooral wanneer een gevoel van onmacht de mensen
bedruipt. Toch is het goed om te zien dat die noodkreet “Waar bent U
God?“ in de Bijbel, meestal iets van een gebed heeft, een klagend
bidden en zelden getuigt van kille scepsis in de zin van: “Zie je
wel, God bestaat toch niet?” Wie aan God de vraag stelt: “Waar ben
je?“ en uit het oog verliest dat Hij ons de verantwoordelijkheid
heeft gegeven voor de Schepping en dat Hij zijn Kerk aan mensen
heeft toevertrouwd, komt er niet gemakkelijk to om er voor open te
staan dat diezelfde vraag: “Waar ben jij? “ ook een vraag is die God
kan stellen. “Mens waar ben jij?” Terecht zeggen we in een van de
Eucharistische Gebeden: “Wij danken U dat Gij ons ruimte geeft en
vrijheid schept…”Ruimte, vrijheid en eigen verantwoordelijkheid zijn
de basis van iedere vriendschapsrelatie. Ook tussen God en ons.
Zonder dat alles zouden we geen mens zijn, maar alleen een marionet
in Gods hand. Juist dat heeft Hij niet gewild! Liefde geven wil
zeggen, de ander ruimte geven en de vrijheid laten om die liefde al
dan niet te beantwoorden. Zo geeft Hij ook ons alle kansen en
verantwoordelijkheid om van de wereld en binnen die wereld, van de
Kerk iets goeds te maken. En Hij doet dat niet door zich op een
afstandelijke manier terug te trekken in de trant van: ‘…en nu zien
jullie maar dat jullie je redden!” Hij is er altijd bij als de
“supporter” van het goede in iedere mens. En toch laat Hij ons vrij
om tegen zijn Geest in te gaan of zijn uitgestoken hand te negeren.
Door onverschilligheid, egoïsme of eigenzinnigheid, kun je als mens
van je eigen leven een chaos maken. En groepen mensen dragen op
diezelfde manier verantwoordelijkheid voor duister plaatsen en
tijden in de samenleving, waaraan – dat mogen we zeker zeggen – God
als eerst meelijdt. Eigenlijk in diezelfde machtloosheid als de
slachtoffers.
“Waar ben jij?”
Durven we die vraag ook tekens opnieuw aan onszelf te
stellen? Waar ben jijzelf eigenlijk? Waar is mijn eigen bijdrage?
Wat doe ik eraan? Wat doe ik met de talenten en mogelijkheden en
middelen die God mij toevertrouwde? Wat doe ik ermee in mijn eigen
leven… in de samenleving…in de gemeenschap van de Kerk? Het is een
vraag naar actie maar tegelijkertijd ook naar rust, bezinning en
gebed. Waar ben jij? .. om te geven, maar ook om open te staan en te
ontvangen.
|
  |
|
Hospitaalridders
(Maltezer ridders en Maltezer dames) |
|