Verslag nationaal zomerkamp 2009
Het 14e Nationaal
Maltezer Jongeren gehandicaptenkamp, Lemele

Dit jaar zou ik voor de vierde
en laatste keer mee gaan op Maltezer
Gehandicaptenkamp in Lemele. Alle keren waren
tot nu toe zo bijzonder geweest dat ik het bij
terugkomst amper kon uitleggen aan mensen die
het niet kennen. Ik zou genieten van de laatste
keer, dat wist ik zeker.
En
genoten heb ik, van begin tot eind.
De groep deelnemers was
(wederom) erg divers. De één kan goed praten en
zelfstandig eten, de ander kan alleen maar met
haar ogen praten: met “ja” kijkt ze naar boven,
bij “nee”naar beneden. En lachen kan ze ook. En
heeft ze heel veel gedaan.
Tijdens zo’n week krijgen we
steeds meer inzicht in de families en
achtergronden van de deelnemers. En wat mij elk
jaar weer opvalt: niet de zwaarte van de
handicap maakt uit voor het geluk van de mens,
maar de warmte en liefde die ze van thuis uit
hebben meegekregen.
De
leiding was stuk voor stuk super. Iedereen heeft
zich helemaal ingezet met in het achterhoofd: de
deelnemers eerst. En dat uitte zich in alles:
eerst drinken voor mijn buddy, dan pas voor
mezelf. Eerst m’n buddy naar de WC, dan pas ik
zelf. En ook: eerst luisteren naar het verhaal
van mijn buddy en dan pas aan m’n eigen leven
denken. En dat is wat de week zo bijzonder
maakt: je eigen leven staat ineens helemaal niet
meer voorop. Dat is even wennen, maar heel goed
voor een mens! Het relativeert, geeft diepgang
en maakt gelukkig.
Dat je via het Maltezer
Gehandicaptenkamp de kans krijgt om dat te
kunnen doen: om je leven te relativeren, de
diepgang te voelen en om dus te kunnen geven (in
tegenstelling tot het nemen), is iets geweldig
bijzonders. Het is een overgave die je in het
leven nodig hebt om te beseffen waar het nou
eigenlijk om draait. En dat is toch – volgens
mij - de liefde voor je medemens.
Asta Lokin